Inleiding op de solistische bijdragen

 

Vorig jaar maakte u in de meimaand kennis met het Gregoriaans, zoals dit mogelijk in de eerste zestig jaar uit de geschiedenis van ons kerkgebouw heeft geklonken.

In de tweede dienst klonk met een muzikaal accent  hoorden we in die meimaand een door mannenstemmen gezongen meerstemmige mis van de Engelse componist William Byrd.

Ik schreef toen dat het mij zeer zou verbazen wanneer zou blijken dat in de Dorpskerk ook meerstemmige missen zijn gezongen: daarvoor stond onze kerk “in het verkeerde dorp”, en u begrijpt vast wat ik daarmee bedoel!

Eigenlijk is er vanmorgen weer sprake van die dubbelheid: na 1566 zijn hier de psalmen in berijming van Datheen gezongen (op “hele” noten en zonder orgelbegeleiding); we deden dit hier ook enkele weken geleden. Vóór die tijd zijn mogelijk ook de Souterliedekens gezongen, maar zeker niet de psalmen van Huygens, die om een kundig zanger vragen.

Iets over de souterliedekens: “souter” is Oudnederlands voor “psalter”.

Deze bundel dateert uit 1540 en was mateloos populair onder het volk (in 75 jaar verschenen maar liefst 33 herdrukken). De berijmer is ws. Jhr. Willem van Zuylen van Nyevelt, Heer van Bergambacht. De bijbelteksten zijn vnl. gebaseerd op de Delftse vertaling van 1480…., maar, wat interessanter is:  zij werden gezongen op de wijzen van in die tijd geliefde volksdeuntjes.

Toen Datheens berijming klaar was, wisten de vrome vaderen niet hoe snel ze de souter-liedekens moesten verbieden in de kerkdiensten:men vond ze plat, niet pelchtig.

Vanaf dat moment is er trouwens altijd een discussie gebleven in de kerken of dat nou wel kan:  een bijbeltekst op een liedje van de straat………..!

Overigens: één “deuntje” is gekuist in het LB gekomen: zie gezang 62!

Van geheel andere orde zijn de psalmen die Huygens , die ongetwijfeld zijn gezongen tijdens de destijds geroemde concerten van de Muiderkring. Huygens heeft naast deze verzameling (wereldlijke en) kerkelijke composities nog veel meer gemaakt (er wordt gesproken over minstens 800 stukken) maar het meeste daarvan is helaas verloren gegaan.

Wat ons nu en in de komende jaren zal blijven opvallen, is de grote belangstelling die altijd is uitgegaan naar het Boek der Psalmen. Dat heeft alles te maken met de overheersende betekenis die Calvijn in de Nederlanden kreeg en door de eeuwen heen behield.

Hans van Gelder

A. INTREDE

 

Intredepsalm, solozang: Psalm 122 : 1,2,3

Uit:  Pathodia sacra et profana van Constantijn Huygens (1596-1687)

Laetatus sum in his quae dicta sunt mihi: in donum Domini ibimus.

Stantes etant pedes nostril, in atriis tuis Jerusalem,

Jerusalem, quae aedificatur ut civitas.

(Ik was verheugd toen men mij zeide: laten wij gaan naar het huis van de HEER. Onze voeten staan in uw voorhoven, o Jeruzalem. Jeruzalem is gebouwd als een stad die wel samengevoegd is)

 

de gemeente gaat staan

Vrg.:    In de naam van de Vader, en de Zoon en de heilige Geest

Gem.: AMEN

Bemoediging

Vrg.:    Onze hulp is in de naam van de HEER

Gem.:   DIE HEMEL EN AARDE GEMAAKT HEEFT

Vrg.:    doe trouw houdt tot in eeuwigheid

Gem.:   EN NIET LAAT VAREN HET WERK VAN ZIJN HANDEN

Groet

Vrg.:    Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, de Heer,

Gem.:   AMEN

 

Vervolg intredepsalm: Psalm 122 : 2,3

2

Hoe zijn de stammen opgegaan!

Hier gingen ons de voeten voor

der pelgrims, die de HEER verkoor,

hier, waar uw heilge muren staan!

Jeruzalem, dat ik bemin,

wij treden uwe poorten in

naar 's HEREN woord, om zijns naams ere!

Zo is het Israël gezegd:

hier zijn de zetels van het recht,

de troon, waar David zal regeren!

 

 


Bidt heil toe aan dit Vredesoord:

dat die u mint bevredigd zij,

dat vrede in uw wallen zij,

gezegend zij uw muur en poort!

Jeruzalem, dat ik bemin,

wij treden uwe poorten in

om u met vrede te ontmoeten!

Om al mijn broeders binnen u,

om 's HEREN tempel wil ik u,

o stad van God, met vrede groeten.


 

de gemeente gaat zitten

 

Verootmoediging

Vrg.:    Voor U belijden wij, almogende God,

Gem.:   VOOR HEEL UW KERK EN VOOR ELKAAR

            DAT WIJ GEZONDIGD HEBBEN IN GEDACHTEN,

            WOORDEN EN WERKEN.

 

Solozang: Psalm 51 : 5,6

Iniquitatem meam ego cognovi,

et peccatum meum contra me est semper

Tibi soli peccavi et malum contra te felici

(Want ik ken mijn overtredingen, mijn zonde staat bestendig vóór mij. Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd en gedaan wat kwaad is in uw ogen)

 

Vrg.:    Ontferm U over ons,

Gem.:   VERGEEF ONS ONZE ZONDEN

EN GELEID ONS TOT HET EEUWIG LEVEN

Vrg.:    door Jezus Christus, onze Heer.

Gem.:   AMEN.

 

Verkondiging van Gods genade

Vrg.:  Gemeente, hoort woorden van vergeving en genade uit Psalm 103:

Liefdevol en genadig is de HEER,

hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.

Niet eindeloos blijft hij twisten,

niet eeuwig duurt zijn toorn.

 

10 Hij straft ons niet naar onze zonden,

hij vergeldt ons niet naar onze schuld.

11 Zoals de hoge hemel de aarde overspant,

zo welft zich zijn trouw over wie hem vrezen.

 

12 Zo ver als het oosten is van het westen,

zo ver heeft hij onze zonden van ons verwijderd.

13 Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen,

zo liefdevol is de HEER voor wie hem vrezen.

14 Want hij weet waarvan wij gemaakt zijn,

hij vergeet niet dat wij uit stof zijn gevormd.

 

Gelooft deze woorden van vergeving en genade en leef in vrede,

door Jezus Christus, onze Heer

GEM.:  AMEN

 

Lied: Psalm 51 : 7

Doe Sion wel naar uw barmhartigheid

en laat haar tinnen in het zonlicht blinken,

doe op haar pleinen weer de liedren klinken

als eens in de welaangename tijd.

Dan hebt Gij lust aan offers, recht gebracht,

met kleinvee stroomt men toe en jonge stieren.

Jeruzalem, ik zie een nieuw geslacht

opnieuw het feest van uw bevrijding vieren.

 

Lofverheffing, de Tien Woorden

Vrg.: Uw woord houdt stand voor eeuwig, o HEER,

van geslacht tot geslacht duurt uw trouw,

want Gij spreekt tot ons:

 ‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.

Gem.:   GEPREZEN ZIJT GIJ IN EEUWIGHEID

 Vereer naast mij geen andere goden.

Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde. Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de HEER, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.

Gem.:   GEPREZEN ZIJT GIJ IN EEUWIGHEID

Misbruik de naam van de HEER, uw God, niet, want wie zijn naam misbruikt laat hij niet vrijuit gaan.

Gem.:   GEPREZEN ZIJT GIJ IN EEUWIGHEID

Houd de sabbat in ere, het is een heilige dag. Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten, maar de zevende dag is een rustdag, die gewijd is aan de HEER, uw God; dan mag u niet werken. Dat geldt voor u, voor uw zonen en dochters, voor uw slaven en slavinnen, voor uw vee, en ook voor vreemdelingen die bij u in de stad wonen. Want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zee met alles wat er leeft, en op de zevende dag rustte hij. Daarom heeft de HEER de sabbat gezegend en heilig verklaard.

Gem.:   GEPREZEN ZIJT GIJ IN EEUWIGHEID

Toon eerbied voor uw vader en uw moeder. Dan wordt u gezegend met een lang leven in het land dat de HEER, uw God, u geven zal.

Gem.:   GEPREZEN ZIJT GIJ IN EEUWIGHEID

Pleeg geen moord. Pleeg geen overspel. Steel niet.

Leg over een ander geen vals getuigenis af.

Gem.:   GEPREZEN ZIJT GIJ IN EEUWIGHEID

Zet uw zinnen niet op het huis van een ander, en evenmin op zijn vrouw, op zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of wat hem ook maar toebehoort.

Gem.:   GEPREZEN ZIJT GIJ IN EEUWIGHEID

Uw woord houdt stand voor eeuwig, o HEER,

Van geslacht tot geslacht uw trouw.

 

Lied: Gezang 62


Bemint uw Heer te allen tijd,

dient Hem met alles wat gij zijt,

aanbidt Hem in uw daden.

Dit is het eerste en grote gebod,

de wil van God, uw Vader.

 

Biedt uw naaste de helpende hand,

spijzigt de armen in uw land,

een woning wilt hen geven.

Het tweede gebod is het eerste gelijk;

doet dit, en gij zult leven.


De macht der liefde is zo groot,

geen water blust haar vuren uit,

wanneer zij is ontstoken.

Nu wilt ontbranden aan liefdeswoord,

God heeft het tot ons gesproken.

 

B. DE HEILIGE SCHRIFT

 

Vrg.:    De HEER zij met u.

Gem.:   ZIJN GEEST IN ONS MIDDEN

Vrg.:    Laat ons bidden

Eeuwige, Drie-enige, God, onze Heer, die ons hebt geschapen, verlost en geheiligd, wij bidden U:

verlicht onze ogen, opdat wij uw geheimenissen aanschouwen, uw heerlijkheid aanbidden en burgers mogen worden van uw hemels Koninkrijk, waar wij U met nieuwe tongen zullen loven en prijzen,

door Jezus Christus onze Heer,

Gem.:   AMEN

 

Lezingen:

O.T.: Spreuken 8 : 22-31

Lied: Gezang 22 : 1,4,6


 


In mij had de Koning behagen

die alles schoon heeft gesticht.

Ik was het vermaak van zijn dagen,

terwijl ik speelde in 't licht.

Ik daal tot de mens uit den hoge,

opdat ik zijn hart en zijn ogen

op 's Heren koninkrijk richt'.

Ja, hier is het leven te winnen

dat opweegt tegen de dood,

de dienst van de hemelse minne

die God van oudsher gebood,

de stralende vrouwe, de schone,

de wijsheid die bij u wil wonen

en zelf aan tafel u noodt.


 

Evangelie: Johannes 3 : 1-16

 

Gem.:   U komt de lof toe, U het gezang, U alle glorie, o Vader, o Zoon, o Heilige Geest, in alle eeuwen der eeuwen.

 

Verkondiging

Afsluiting van de preek:

In de Naam van de Vader In de Naam van de Zoon In de Naam van de heilige Geest

Gem.: AMEN

 

meditatief orgelspel

 

C. GEBEDEN EN GAVEN

 

Dankgebed en voorbeden

Dankgebed en voorbeden

Wij danken U voor deze kerk, waarin de woorden van heil tot de generaties hebben geklonken. Waarin in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest kinderen en volwassenen werden gedoopt.

Daarom bidden we vandaag ook voor de generaties van nu.

Omdat het lijkt te stagneren.

Wij missen onze jonge mensen. Wij zien een gat in de kerk. Hoe zullen wij deze kerk en gemeente naar de toekomst dragen? Wij doen en beroep op uw goedheid en trouw, die Gij bewijst van generatie op generatie. Laat deze gemeente leven. Stort uw Geest uit over jongeren en ouderen. En laat dit Godshuis een teken zijn van uw genade in de tijd. Het heeft de eeuwen doorstaan. Moge het in uw Naam Barendrecht wijzen naar uw toekomst,

Zo bidden wij

Gem.    HEER VERHOOR ONS

 

Voor alle kerken in ons dorp bidden wij. Het is vaak moeilijk om elkaar werkelijk vast te houden. We denken zo makkelijk in groepen en in gescheidenheid. Dit gebouw draagt daarbij ook een historie van gebrokenheid en scheiding en scheuren. Herstel de christenheid in ons dorp in een wedergeboorte, een nieuwe geest. Een Geest van liefde en werkelijke éénheid.

Zo bidden wij

Gem.    HEER VERHOOR ONS

 

En voor uw kerk die in de wereld is, bidden wij. Dat de wereld door haar genezen mag. U hebt de wereld zo liefgehad dat u uw eniggeboren Zoon hebt gegeven, zodat ieder die in Hem gelooft leeft. Daarvan getuigt de kerk. Daaruit leeft de kerk. Zegen haar dan en stel haar in de vrijheid van deze kracht.

Zo bidden wij

Gem.    HEER VERHOOR ONS

 

Met onze voorbede komen we bij U omwille van de mensen die lijden. In een wereld van luxe en genot proberen we het lijden te maskeren en weg te stoppen. Maar voor wie het betreffen is het er, schrijnend en pijnlijk.

Daarom vragen wij U om ontferming en liefde. Red deze wereld en genees allen die er aan lijden door uw grote kracht.

En voor onszelf bidden wij om een wedergeboorte. Nieuw denken en voelen en doen. Want veel van het lijden van deze wereld heeft ook met de dingen te maken die wij kiezen. Met het onrecht dat wij laten bestaan. Met het wanbeheer dat wij in de wereld aanrichten. Met de gemakszucht warmee wij uw water over uw akker laten lopen. Daarom vragen we om een Geest van vernieuwing en wedergeboorte.

Zo bidden wij

Gem.    HEER VERHOOR ONS

 

Voor de samenleving bidden wij. De innerlijke ontbinding en de verloedering. Help ons weer om een weg van waardigheid te vinden. Laat de samenleving een veilig en een goed huis worden waarin we allen kunnen wonen, en waaraan we allen bouwen. We bidden om kracht om ons tegen de innerlijke ontbinding en verloedering van het samenleven te verzetten en er de krachten van uw liefde en ordening tegenover te stellen.

Voor allen die in deze wereld vol van chaos en verleiding groot en volwassen moeten worden, bidden wij U. Dat ze houvast vinden en een leven dat waardevol en goed is. Zin en kracht bevat.

Zo bidden wij

Gem.    HEER VERHOOR ONS

 

En tenslotte bidden wij voor hen die wij kennen en die het moeilijk hebben. Met gezondheid. In relaties. In hun maatschappelijk functioneren. Met het verlies van geliefden. IN het onbegrepen zijn en uitgesloten worden door anderen. Heer, laat toch uw licht schijnen in het donker van een gebroken bestaan.

Zo bidden wij

Gem.    HEER VERHOOR ONS

 

Stil gebed

Onze Vader


 

Solozang: Souterliedekens.

Den XVII Psalm. Doen David verlost wert uit Sauls hant (Wyse: Een nyeu liet heb ik ghedicht)

Ick sal u heer liefhebben seer, myn vasticheyt gepresen,

myn firmament daer ick toe keer, myn verlosser sal hy wesen.

Hy is mine god dyen ick betrou,

myn beschermer na myn verlanghen.

Myn salighe hoorn in minen rou,

alst niet en is soot wensen sou,

so can hy mi outfanghen.

 

Den XXX Psalm. In te Domine speravi(Op U Heer hoop ik)

Wyse: Waer machse zyn die alderliefste myn die ick met ooghen ye aensach

Ick heb ghestelt op u myn Heer

myn hoop ghi zyt myn toeverlaet.

Laet my bescamen  nemmermeer

door u iustiti mi bystaet.

Vryt mi en coemt mi hier te baet,

tot mi u oor wilt strecken.

En wilt u spoeden metterdaet

om mi wt verdriet te trecken.

 

Den LXIV Psalm. Te decet hymnus in Sion (Tot U  komt een lofzang in Sion)

Wyse: Die rym en schaet den bloemen niet

In syon God betaemt u lof,

men sal te Jerusalem,

betalen daer u eer coemt

of verhoren wilt myn stem.

Hoort ons ghebet op dese reys,

Tot u coemt alle vleys

 

Den CXLV Psalm. Wyse: Looverkens dat zyn looverkens

Loven so wilt myn siel den Heer,

loven wilt hem en dankbaar zyn.

Ick sal hem van goeder herten seer,

singhen en loven met bliden schyn.

T’allen termyn, hem dancken fyn,

den Heere der Heeren vol alder eeren,

mynder sielen medecyn.

 

Collecten onder orgelspel  "Allein Gott in der Höh sei Ehr"  van J. Pzn Sweelinck (1562-1621)

 

Slotlied: Gezang 254

1

God in den hoog' alleen zij eer

en dank voor zijn genade,

daarom, dat nu en nimmermeer

ons deren nood en schade.

God toont zijn gunst aan ons geslacht.

Hij heeft de vrede weergebracht;

de strijd heeft thans een einde.

 

U, Vader, U aanbidden wij,

wij zingen U ter ere;

onwrikbaar staat uw heerschappij,

voorgoed zult Gij regeren.

Gij hebt onmetelijke macht,

uw wil wordt onverwijld volbracht.

Die Heer is onze Koning!

 

O Jezus, die de Christus zijt,

des Vaders Eengeboren,

Gij hebt ons van de toorn bevrijd

en redt wie was verloren.

Gij, Lam van God, voor ons geslacht,

verhoor ons roepen uit de nacht,

erbarm U over allen.

 

O Heilge Geest, ons hoogste goed,

ten Trooster ons gegeven,

heb dank dat Gij ons delen doet

in Jezus' dood en leven.

Beveilig ons in alle nood,

blijf ons nabij in angst en dood,

op U steunt ons vertrouwen.

Wegzending en zegen.