ICT EN LEVENSVISIE

 

Een fenomenologische benadering.

 

De verdenking zou kunnen rijzen: hier spreekt een dominee, dus uit de softe sector.Wat moet hij over ict zeggen? Maar het is zijn taak na te denken over wat een mensenleven drijft, beïnvloedt etc. Het christelijk geloof heeft een visie op de hele werkelijkheid. Dus is er een poging om ook hierop zicht te hebben. Bovendien heeft deze dominee ook een bepaalde fascinatie voor techniek.

 

ICT heeft in slechts enkele decennia een ongekend dynamische, zeg maar revolutionaire ontwikkeling meegemaakt. Symptoom: pc’s uit jaren tachtig zijn nu prehistorische apparaten, die een schier onleesbare taal gebruiken.

Dat roept de vraag op wat juist deze vorm van techniek tot zo’n hype heeft gemaakt. Wat zit daar achter?

 

De digitale techniek heeft zowat alle andere technieken in die snelle vlucht meegenomen.

Onlangs hoorde ik een lezing van een medisch professor over de invloed van digitale ontwikkeling op de medische wereld: denk aan diagnostiek, human genome project, etc.  Met heel veel ethische implicaties.

Ook het dagelijks leven schuilt onder de vleugesl van de digitaliserin: internet. Mobiele telefonie. Mensen, en vooral jongeren zijn de hele dag online, op scherp om berichten te ontvangen via SMS MSN, chatrooms etc.

 

De diepe drive daarachter is: de werkelijkheid beheersen. Alles omzetten in informatie die je altijd en overal kunt oproepen en die de structuren van de dingen moet duidelijk maken.

Dat is een bepaalde duiding van de werkelijkheid.

 

Iemand die ik in een van mijn gemeenten meemaakte is daar een voorbeeld van . Hij was actuaris. Alles in berekening. Heel het leven gaf hij weer in cijfertjes. Dat was voor een groot deel zijn werkelijkheidsbenadering.

Waarom dus:

 

Dat zijn basisgevoelens die aan de hele techniek ten grondslag liggen, maar die in extremo in de informatietechnologie hun uitdrukking krijgen.

 

Daarachter steekt een levensvisie. Dat is de visie waarin de ons omringende werkelijkheid ons is gegeven om tot in het ultieme te exploreren. Daarbij beschouwt het subject zich als een centraal gegeven waaraan het object dienstbaar moet zijn of ten nutte gemaakt kan worden. Alles wordt product, is te consumeren. Zelfs gezondheid is een product geworden.

 

Ook de menselijke verhoudingen worden daarin ondergebracht. Heb je iemands barcode dan is hij registreerbaar en via de database in kaart te brengen in zijn verhoudingen. Hij is traceerbaar, hij is kwantificeerbaar in allerlei aspecten, niet alleen in zijn afdracht voor de sociale premies maar ook zijn prestaties.

 

Deze aan de basis van veel hedendaags bezig zijn liggende levensvisie en werkelijkheidsbenadering betekent een ongelofelijke verschraling en geeft ook een schijngestalte van de werkelijkheid.

 

Het gemeentelid dat ik boven noemde had geen begrafenisverzekering omdat hij wiskundig had berekend dat dat geen voordeel zou opleveren.

Hij is volkomen onverwachts aan een hartstilstand overleden. Op zijn begrafenis heb ik gememoreerd dat je kunt berekenen welke kans je hebt om zo te overlijden. Daarvoor heb je statistieken nodig, en daarvoor helpt de informatietechnologie enorm. Maar de bloedwarme, of in dit geval ijskoude werkelijkheid heb je daarmee niet gevat. Slechts een zeer beperkt aspect ervan.

Het zou mij niet verbazen als hij cijfermatig had weergegeven voor zichzelf hoe vaak zijn kleinkinderen op bezoek zijn geweest.

Maar hoe je mens zijn  bijvoorbeeld door je kleinkinderen verandert en verrijkt wordt is geen gegeven dat kwantificeerbaar en digitaliseerbaar is.

De werkelijkheid van het leven is niet digitaal exploreerbaar. De levensvisie die de informatiemaatschappij heeft laten ‘boosten’ is een visie die slechts deelaspecten van het mens-zijn benadrukken, en bovendien soms ook nog eens niet altijd opbouwende levensaspecten.

De mens in zijn werkelijke doel en zin in het leven, in zijn verhouding tot het transcendentale en het werkelijk humane is niet middels informatie werkelijk te doorzien en te begrijpen.

Pijn, moeite, verdriet enz. en vreugde, liefde, barmhartigheid, vrede of jaloezie, achterdocht, haat, verdachtmaking: dat zijn levenselementen die in deze werkelijkheidsbenadering niet in kaart te brengen zijn.

En het zijn juist deze elementen van het bestaan die er de basis van uitmaken.

 

Toch doet de huidige informatisering van de werkelijkheid vandaag ook een poging om die levensaspecten onder de knie van de techniek te krijgen.

Ik heb vernomen dat ik meen Philips bezig is om een apparaatje te ontwikkelen waarin iemand zijn persoonlijk profiel kan opslaan, en dat in staat is om mensen in de omgeving die in dat profiel passen te detecteren. Draag het ergens ongezien onder je kleding, en er komen signalen als er mensen in de buurt zijn die voor jou interessant zijn. (Omdat ze natuurlijk ook zo’n gedigitaliseerd persoonlijkheidsprofiel bij zich dragen)

Zo trachten we dus het levensaspect van ontmoeting en communicatie van de persoon technisch in te kaderen.

Dan wordt er volop nagedacht en waarschijnlijk ook wel geëxperimenteerd om met sensoren je emoties te signaleren en via signalen te beïnvloeden. De digitale revolutie, bevruchtend werkend op allerlei andere technische ontwikkelingen tracht steeds dieper in het menszijn binnen te dringen.

En daarachter steekt opnieuw een levensvisie, die wat duidelijker wordt als je gaat expliciteren welke aspecten van het menszijn de technisch de voorrang krijgen en welke moeten worden onderdrukt of geëlimineerd. Het is niet ondenkbaar dat met name het hedonisme als vigerend levensideaal alle voorrang van de techniek zal krijgen.

De bekende engelse schrijver C.S. Lewis schreef een boeiend boekje onder de titel “The abolition of man” de afschaffing van de mens. Zodra de mens zelf de creator van zijn levensbasis wordt zou dat wel eens kunnen betekenen dat hij zijn levensbasis verliest. Dat is een pessimistische visie. Of is hij juist realistisch?

 

Is een protestantse dominee dan dus heimelijk tegen ICT?

Nee. Hij is alleen tegen de naïeve manier waarop men ongeanalyseerd en niet bekritiseerd allerlei fragwürdige drijfveren de techniek zich laat ontwikkelen. Hij is er van overtuigd dat er geen heilsstaat van te verwachten valt.

Niettemin plaatst hij zich niet buiten de werkelijkheid. Schrijft zijn preken in bits en bites, en plaatst ze op internet ter lezing. Maar hij heeft alleen een gezond en m.i. gegrond wantrouwen tegen de diepste motieven achter de informatiemaatschappij.