Verslag studieverlof Ph. van Wijk

Augustus/september 2003  en juni/augustus 2004, totaal 13 weken.

 

  1. Studieverlof, waarom?

Per vijf jaar drie maanden vrijgesteld worden van het dienstwerk om te studeren, is dat nodig? Begrijpelijke vraag, want het raakt het werk rechtstreeks. Gemeenteleden moeten doorgestuurd worden. Collega’s moeten opvangen.

Maar intensieve inhoudelijke bezinning is dringend nodig voor een predikant. Je wordt altijd geacht je inzichten en kennis in te zetten in het werk. Daarom moet dat inzicht altijd opnieuw aangescherpt worden, anders ga je ‘gemeentetheologie’ bedrijven.

Het normale werk slokt je geestelijk op, dus kom je onvoldoende toe aan de inhoudelijke verdieping.

 

  1. Studeren, mooi maar lastig.

Ik ervaar studeren als heel inspirerend. Met een zekere gretigheid ben ik op zoek. Merk dat er nog zoveel is, waar ik beter inzicht in zou willen hebben.

Maar het is ook lastig. Om opeens uit de veelheid van activiteiten vandaan in die ene bezigheid terecht te komen is een hele omschakeling. Eens een keer twee uurtjes geconcentreerd ergens inhoudelijk mee bezig te zijn, dat is nog wat anders dan een hele dag, een hele week, zes / zeven weken te studeren.

Je studeert thuis. Dat is je werkomgeving van de andere werkzaamheden.

Er blijven veel signalen van het andere werk, ook al gedraagt de gemeente zich verder voorbeeldig.

Je bent het niet meer gewend.

Daarbij komt dat je een grote mate van vrijheid hebt. Wie controleert je? Wie kijkt mee naar een eindresultaat?

Je bent snel de concentratie kwijt en moet een balans zien te vinden in onderwerpen op een dag.

Zes uur studeren op een dag, valt soms zwaarder dan een lange dag bezig zijn in de gemeente. Nog meer uren: dat is wel heel moeilijk soms, tenzij je heel geboeid bent.

 

Je zou eigenlijk een programma moeten afwerken onder begeleiding van een hoogleraar. Maar dan moet je misschien wel weer dingen doen, waar je niet zoveel interesse voor hebt.

 

Hoe ging het met de concentratie in dit studieverlof? In het eerste stuk (2003) ging het prima tot aan de laatste twee weken. Het was weliswaar tropisch heet, maar ik kon veel studiewerk doen. Daarbij was de studiereis naar Innsbruck (conferentie) voorafgaande aan de studie een mooie opstap.

De laatste twee weken gingen voor een goed deel op aan het voorbereidende werk voor het nieuwe seizoen. Opeens was de concentratie verdwenen.

Het deel in 2004 was ook weer in tweeën geknipt. Vier weken in juni en twee in augustus. Op anderhalve week na (met persoonlijke omstandigheden) heb ik me goed kunnen concentreren, maar heb vooral in de laatste twee weken bewust op een andere plek gestudeerd.

 

  1. Studeren, maar wat?

Je bent verplicht je studieverlof aan te vragen bij de kerkprovincie. Daarbij moet je opgave doen van wat je van plan bent. Op grond daarvan krijg je toestemming.

Je mag verder je eigen keus maken. Ik denk eigenlijk dat de kerk het een niveau hoger zou moeten spelen: naar de kerkelijke hoogleraren, die inhoudelijk toestemming geven, adviseren en toetsen, of in elk geval evalueren.

 

Ik heb gekozen voor René Girard met zijn ‘mimetische theorie’ en zijn ‘zondebokmechanisme’

 

Girard is van origine wetenschapper op het gebied van de literatuur. Hij ontdekte in de grote romans van de wereldliteratuur dat de mens sterk bepaald wordt door de nabootsing van de verlangens van anderen. Die ‘mimese’ (nabootsing) van verlangens leidt vaak tot concurrerende verhoudingen, (mimetische rivaliteit).

Samenlevingen proberen de onderlinge verhoudingen te beheersen door allerlei taboe’s geboden en rituelen. Zo zijn er primitieve samenlevingen waar de geboorte van een tweeling een vloek is, want die lijken zoveel op elkaar dat mimetische rivaliteit gevreesd wordt. Daarom wordt een van de twee gedood of te vondeling gelegd.

Er is een eindeloze hoeveelheid gebruiken en regels om het geweld te reguleren.

Maar soms werkt de mimese, de nabootsing zo sterk, dat iedereen iedereen gaat nadoen, en men tot een spiraal van onderling geweld dreigt te komen. De gemeenschap gaat koken. In dat proces ontlaadt zich de spanning dan op een ‘zondebok’ die, onbewust als de bliksemafleider gaat werken, en die de schuldige van veel ellende lijkt te zijn. Deze wordt gelyncht en gedood. Daarna keert de vrede terug in de gemeenschap. Daarom lijkt die zondebok tegelijk de brenger van vrede en wordt hij vaak vergoddelijkt. Dit zondebokproces wordt dan later herhaald in rituelen waarin offers worden gebracht.

Heel veel mythen van allerlei volken bevatten dit element. En heel veel religieuze gebruiken in alle godsdiensten zijn hierop terug te voeren.

De joodse en de joods-christelijke traditie openbaren dat het slachtoffer niet schuldig is. Dit in tegenstelling tot de mythen. Zij nemen het op voor het slachtoffer. In ultieme zin heeft Jezus Christus dit proces, dat ten grondslag ligt aan alle menselijke samenlevingen, (maar niet overal direct herkenbaar en aanwijsbaar is) opengelegd. Door als volkomen onschuldig slachtoffer van een totale uitwerping te sterven neemt Hij het kwaad ten volle ernstig, en neemt Hij het op zich. Hij sterft aan de ultieme verwerping. Maar daarmee is het kwaad ook duidelijk gemaakt en ontmaskerd.

 

In het gedeelte van het studieverlof van 2003 bestuurde ik de hoofdwerken van René Girard:

-          De romantische leugen en de romaneske waarheid

-          God en geweld

-          Wat vanaf het begin der tijden verborgen was

-          De zondebok

-          De aloude weg der boosdoeners

-          Ik zie Satan vallen als een bliksem.

Door die bestudering zie je dat de theorie van Girard heel erg veel terreinen bestrijkt:

-          de literatuur

-          de antropologie

-          de theologie

-          de economie

-          de sociologie

-          etc.

 

Vandaaruit heb ik in 2004 geprobeerd werken en artikelen te lezen die de theorie van Girard op heel veel terreinen verwerkt.

Vooral de bijbelse theologie heb ik daarbij veel aandacht gegeven. Daarbij heb ik twee werken van prof. Raymund Schwager gelezen die op dit thema ingaan. In het eerste werk “Brauchen wir ein Sündebock?” (Hebben wij een zondebok nodig?)wordt de rol van geweld en het zondebokmechanisme in de bijbel bestudeerd. In het tweede werk “Der wunderbare Tausch – zur Geschichte und Deutung der Erlösungslehre (De wonderlijke ruil – geschiedenis en betekenis van de verlossingsleer) wordt gekeken hoe er in de geschiedenis van de theologie en de kerk, voornamelijk bij de grote theologen, wordt aangekeken tegen de betekenis van de kruisdood van Christus. Wat is daarin eigenlijk gebeurd?

In december hoop ik nog twee studiedagen te bezoeken in het toerustingscentrum van onze kerk, Hydepark, waarin ook over die laatste thematiek wordt nagedacht.

 

Het is in kort bestek nauwelijks doenbaar om een echt verslag te doen van de studie die ik heb gemaakt.

 

Concluderend:

-          zeer veel inzicht verworven

-          boeiend

-          aanzet tot meer studie

-          zeer waardevol

 

In Belgie, Frankrijk, Amerika, en binnenkort in Hongarije, wordt er veel nagedacht over de theorie van Girard. In Nederland is hij wat minder bekend. Misschien dat ik in de toekomst in Antwerpen of Leuven probeer wat begeleiding te krijgen.