Dorpskerk Barendrecht

24 augustus 2008,  ds. Ph. van Wijk        Matteüs 16 : 21-27     “Ga weg, achter mij, Satan”.

 

Lieve gemeente,

Gelooft u in de duivel?

Ds. Klaas Hendrikse heeft het geruchtmakende boek geschreven: Geloven in een God die niet bestaat.  Maar laat ik vanmorgen de vraag eens stellen: bestaat de duivel wel?

Nee, niet dat ik een discussie wil aanzwengelen over een wezen met bokkenpoten en over allerlei duistere en zwarte magie. Of dat ik een soort heksenjacht zou willen openen op dingen die gevaarlijk zouden zijn.

 

Maar ik wil wel de vraag serieus nemen of de duivel, of Satan bestaat.

Kom ik in Afrika, dan hoor ik vele malen per dag over hem praten.

Als mensen daar iets minder fraais gedaan hebben, roepen ze al gauw: ‘shetani’ – het is de schuld van de duivel, en niet van mezelf.

De duivel als een soort God van het kwaad, die mij gebruikt. Daarmee kom ik er dan zelf wel van af. Niet ik doe het maar de duivel.

 

Maar als ik hier in de gemeente rondga, lijkt de duivel al lang een gesloten hoofdstuk.

Dat lijkt me net zo makkelijk als de Afrikanen. Alleen nu precies aan de andere kant van het spectrum. Het leven is ingewikkeld genoeg. Kwade krachten? Ach laten we positief zijn. Een soort grote schoonmaak van allerlei oude ideeën en van de geestelijke wereld. Maar daarmee verstoppen we ons al even heftig voor de realiteit van het kwaad als de Afrikanen.

En het gevolg is dat we nu zitten met een heel scala aan allerlei exotische dingen. Allerlei vormen van magie en toekomstvoorspelling en vage spirituele dingen. Complete TV-kanalen worden er tegenwoordig voor ingezet. Overwoekering van vreemde dingen vanwege het feit dat we een gezonde blik er op verloren waren. En tegelijk niet zien waar de duivel nu echt zit.

 

Toch hebben we vanmorgen met de duivel van doen. Met Satan.

Jezus zegt het letterlijk tegen Petrus. Ga achter mij, Satan.

Satan is hier een mens. Misschien is dat het. Dat we het dichter bij huis moeten zoeken en niet in bijgeloof en exotische dingen. Niet in een God van het kwaad, als een soort donkere collega van God.

Petrus is Satan. Bedoelt Jezus dat echt zo? Ja, laten we het maar nemen zoals het gezegd wordt.

 

Petrus is voor Jezus een struikelblok. Een ‘skandalon  staat er. Een obstakel waar je tegenop loopt, en over valt. Petrus is een modelfiguur binnen de groep van twaalf leerlingen.

Ze zijn allemaal sterk onder de indruk van Jezus, en vooral Petrus wakkert die bepaalde manier van kijken naar Jezus aan. In hun beleving volgen ze een groot man. Een geweldige profeet, een godheid!

Maar in dat volgen zit nog wel heel veel wat nu precies met Jezus’ eigen boodschap in strijd is. Ze volgen Hem uit ambitie. Het straalt op hen af dat ze een groot figuur volgen, en ze willen niets liever dan mee gaan naar een toekomst waarin ze allemaal met Hem kampioenen zullen zijn.

 

Het zijn net gewone mensen, zou je kunnen zeggen. Ook in de manier waarop ze met elkaar omgaan. Juist daar. Het is een tegen elkaar opbieden. Wie is de belangrijkste in de groep?

Ik zeg niet, gemeente, dat het allemaal alleen maar kleingeestige jaloezie en onderlinge strijd was. Maar als grondpatroon zie je dat wel iedere keer terugkeren. Zoals je dat overigens zo vaak ook in de kerk ziet. Zie mij eens ijverig zijn. Kijk eens wat mijn groep allemaal onder mijn leiding kan doen. Zie eens wat een leuke dingen ik organiseer.

 

En dat speelt hier bij Petrus ook. Hij zal zijn meester toch wel even een voorbeeld van ambitie en van kracht voorhouden. Heel normaal zouden we zeggen. Als Jezus aangeeft dat zijn missie op de dood zal uitlopen, dan is dat in strijd met de meetlat van het succes die Petrus en zijn collega’s er nog op na houden. En daarom krijgt Jezus er van langs van hem.

Maar Jezus beseft heel diep, dat dit nu juist alle menselijke verhoudingen in de weg zit. Als Jezus zich aan deze aansporing van Petrus werkelijk gelegen zou laten liggen, dan zou heel het Rijk van God voor Hem uit zicht verdwijnen!

Waarom? Omdat het dan om ambities gaat die tegen elkaar strijden.

Zie mij eens. Wat ik presteer! Welke een kracht ik heb!

Ze zouden beiden met grote wilskracht aan hun missie hebben gewerkt. Het enthousiasme had er van afgedropen. Maar ogenblikkelijk waren ze ook voor elkaar een model geworden. Net zo pittig, net zo ambitieus, net zo hard werkend, net zo enthousiast of wat dan ook als de ander. En Jezus zou geheel binnen zijn eigen groep zijn ondergegaan aan hetzelfde euvel waaraan de groep al leed. En vooral in de verhouding met Petrus zou het niet goed gegaan zijn. Ze zouden elkaars modellen geworden zijn. Maar dan ook snel elkaars obstakels. Het koninkrijk van God zou in lachwekkende ruzies stranden.

Je bent een struikelblok, een skandalon. Zo ben je de duivel.

 

In mijn jaargroep op de universiteit zaten twee veelbelovende jonge aankomende theologen. Eén van hen werd in de groep bewonderd en geadoreerd omdat hij ongelofelijk veel had gelezen en voor zichzelf verwerkt. Hij genoot hoge autoriteit in zijn vriendengroep. De andere was een enthousiast student. Deed als eerste zijn kandidaats, en zijn doctoraal, was altijd iedereen vooruit. Samen waren die twee zeer goede vrienden. Ze kwamen in hun eerste gemeente. Vlak bij elkaar. Kwamen veel bij elkaar over de vloer. Ze hadden ook samen één heel groot voorbeeld. Een oude, erudiete theoloog en cultuurfilosoof, die in de vriendenkring hoog aanzien genoot. Die oude theoloog sprak en schreef vaak over een belangrijke historisch figuur. En één van de twee vrienden had het plan opgevat om een proefschrift te gaan schrijven over die historische figuur. Totdat hij op een dag ontdekte dat zijn vriend hem voor was. Die had hem afgetroefd, wetend wat zijn plannen waren. Het onderwerp bij de hoogleraren vastgelegd. Ik zie nog de pijn van de een over deze move van de ander. Twee jonge veelbelovende leerlingen in het Rijk van God. Knappe jonge predikanten. Elkaars model, en daarom tenslotte elkaars obstakel. Elkaars skandalon, elkaars struikelblok. Ze spreken elkaar nooit meer.

 

Dat is nu Satan.  Dat is het grondprincipe van veel menselijke verhoudingen. Want u kent het uit uw eigen omgeving. Het principe waardoor mensen elkaars spiegelbeeld worden. Willen zijn wat de ander is. En dat leidt tot botsingen. Struikelblokken.

Nee, Satan is geen bok. Geen tweede God, de god van het kwaad, concurrent van God.  Maar het zijn de struikelblokken die mensen voor elkaar zijn. Het skandalon. De wereld van ons mensen. Krachten bij onszelf. Zelfs Petrus is Satan.

 

Wat heb je er aan als je de hele wereld verliest, maar het leven er bij inschiet? Als je ambitie je overal zou brengen, maar je hebt slechts gestreden om de eer? Hoe kun je ooit echt leven van het feit dat je succesvol bent en gelauwerd wordt? Ik weet wel dat dat niet erg populair klinkt op de zondag dat de Olympische Spelen worden afgesloten.

 

Jezus wil zijn Vader blijven volgen. Zij beconcurreren elkaar niet. Maar ze volgen elkaar na in volkomen liefde waar geen enkel spoortje persoonlijke ambitie en concurrentie meer in zit. En daarom heeft de klassieke theologie ook terecht gezegd dat Jezus één met God is. Daar kun je aan ergeren. Heel veel theologen en ook gemeenteleden willen eigenlijk niet dat Jezus één met God is, Maar zit in die ergernis toch niet een beetje typisch denken van deze wereld? Juist als je dat opgeeft ontmoet je een wereld van vrede en liefde en is er iets van God zelf ook in ons mogelijk. Dat noemen we heilige Geest.

En zo kun je twee dingen zijn:

Satan, de zaaier van schandalen, van struikelblokken, van botsende modellen.

Of kind van God in de heilige Geest. Geest van Jezus. Zaaier van vrede, geest van zachtmoedigheid. Al zou je daar nu alles voor verliezen wat in deze wereld op hoog aanzien staat: wat zou het? zegt Jezus. En Hij heeft gelijk.  Want het een is de dood en het ander het leven.

Amen.