Dorpskerk  Barendrecht,  zondag 25 oktober 2009

Doop van Tigran Smit, Tim van Bakel, Lotte Tinke en Arianna Wesdijk

Lezing: Marcus 10, 46-52  

 

Gemeente,

 

Wie is er eigenlijk blind?

Het lijkt er veel op dat Marcus met die vraag bezig is als hij het verhaal van Bartimeüs vertelt. En eigenlijk laat hij ons weten dat niet Bartimeüs de blinde is, maar de twaalf leerlingen van Jezus. En de massa mensen die achter Jezus aanloopt.

 

Soms moet je scherp op details letten, om de betekenis van verhalen goed te pakken. Hier ook.

Een veelzeggend detail is wat Jezus vraagt aan Bartimeüs.

Wat wilt U dat ik voor je doe? Wat wil je dat de Zoon van David voor je doet?

Merwaardig! Dat snapt toch iedereen, wat Bartimeüs wil?

Maar dit is nu zo’n mooi detail, dat duidelijk maakt wie hier blind is.

Want even eerder was precies hetzelfde gebeurd. Toen waren er ook twee mensen die iets van de Zoon van David wilden. Jacobus en Johannes, de twee broers, leerlingen van Jezus.

Ook die komen met een vraag om hulp. Maar een heel andere. En toen heeft Jezus precies dezelfde woorden gebruikt als bij Bartimeüs, volgens Marcus. Wat willen jullie dat Ik voor jullie doe?

Het antwoord maakt veel duidelijk.

Ze zeiden: wanneer U heerst in uw glorie – wanneer U de nieuwe koning David bent – dan willen wij links en rechts van U zitten. Vergelijk dat met de roep van Bartimeüs om uit zijn ellendige positie als blinde bedelaar bevrijd te worden.

 

Kennelijk wil Jezus, door precies dezelfde vraag te stellen, over het hoofd van Bartimeüs nog eens heel duidelijk maken aan zijn twaalf leerlingen dat juist zij zo blind waren.

Want het waren niet alleen die twee. Maar alle twaalf blind, hoe dicht ze ook bij Jezus leven.

Die twee omdat ze niet werkelijk zien dat deze Zoon van David geen machthebber is met glorie zoals onder de mensen. Ze waren blind voor het feit dat Jezus niet in de schematiek van groot-zijn zat, maar dat Jezus één en al ontferming is.

Woedend waren die andere tien op Jakobus en Johannes. Zoiets vraag je toch niet? Maar waarom die woede? Waarom ergernis? Ook dat duidt op blind zijn. Voor je eigen doen en laten.

En dan sluit ik even aan bij het Doopgesprek van maandag. Het voorbeeldje van de kinderen dat ik gebruikt heb, en hier op de preekstoel ook al een paar keer genoemd heb. Als ze met zijn tweeën zijn en er zijn twee autootjes of twee poppen. Dan willen ze allebei precies net die ene zelfde hebben. Met vaak slaande ruzie als gevolg. Ik heb het mechanisme er achter uitgelegd. Dat wij verlangens van anderen kopiëren. Helemaal onbewust. Daar ben je blind voor. Die tien horen de vraag van Jacobus en Johannes, en onmiddellijk barsten ze van jaloezie, omdat ze hetzelfde verlangen. Maar dat zien ze niet zo. O nee, als je dat gezegd had, hadden ze het volledig ontkend. Wij zijn eenvoudigweg blind voor deze dingen in onszelf. Bijna altijd trappen we in de val van het nabootsen van verlangens van anderen. Maar altijd zullen we het voor onszelf ontkennen. Hoe vaak ergeren we ons niet aan een ander, die we iets kwalijk nemen? Terecht boos zijn we, denken we. En bijna nooit hebben we in de gaten dat we ons  meestal ergeren omdat die ander iets doet of wilde dat wij hadden willen doen of wilden zijn. We zijn blind voor ons eigen geweld in onze verontwaardiging over die ander. En het zou wel eens kunnen zijn dat precies op dit moment dat ik dit uitleg, je toch nog weer eerder aan een ander denkt, en niet aan jezelf.

Een fundamentele vorm van blindheid in ons menszijn.

 

Als wij gedoopt worden, zoals vanmorgen deze vier kinderen, dan legt God een nieuwe mens op ons. Dat we werkelijk mensen zullen zijn. Mensen die zien. Helder hebben waar werkelijk het leven ligt. Niet in grootheid. Maar in barmhartigheid. In ontferming. Mensenkind, doe je ogen open. Leef in het licht van Pasen. We ontsteken een Doopkaars aan de Paaskaars. Die diepe neiging om van verlangens van anderen te leven, en daarom met anderen in botsing te komen is eigenlijk duisternis voor wat werkelijk het leven is. We worden geroepen tot licht. Tot zien. Tot volgen van Jezus.

 

En rondom die blinde Bartimeüs gebeuren ook dingen met de mensenmassa. Zolang je blind bent voor je eigen mechanismen, ben je eigenlijk overgeleverd aan wat alle mensen om je heen voelen en denken. En doe je mee, word je meegesleurd in de massa.

Een hele menigte volgt Jezus, als Hij uit Jericho vertrekt. Prachtig, denk je. Dat Jezus in die heel korte tijd dat Hij in de stad is zoveel mensen met zich mee krijgt. In een krimpende kerk kijk je daar jaloers naar. Maar grote massa’s zijn geen teken van veel geloof, vaak.

Als ze langs die bedelaar komen, hebben ze niet door dat ze een heel uitsluitende massa zijn. Bartimeüs wordt de mond gesnoerd. Houd toch op met je geschreeuw! Bartimeus hoort er niet bij. Wie zich in de massa verliest, ziet eigenlijk de mens niet meer. Leven van hype’s. Van sensatie. Bartimeüs, blinde bedelaar: dat had zo niet mogen voorkomen. Waar is de echte barmhartigheid voor wie blind is? Als die er was, dan zat hij daar niet aan de rand van de stad. In de schreeuwende dynamiek van onze tijd gaat de barmhartigheid ook teloor. Staat de zorg onder druk. Ik hoor soms pijnlijke verhalen van mijn vrouw over volkomen afhankelijke mensen die mentaal zwaar beperkt zijn. En die volkomen van medemenselijkheid in diepe zin afhankelijk zijn, maar die lang niet altijd ontmoeten. In het systeem niet. En soms ook schrijnend in het gebrek aan invoelingsvermogen van personeel. Voel je je geroepen tegenover deze hulpelozen of is je baan er alleen om geld te verdienen om in de stroom van het consumentisme mee te kunnen? In een samenleving die heel de dag geprikkeld wordt door verlangens die ons door talloze modellen worden overgedragen, zullen mensen aan de rand komen.

Overigens net zo goed ook in de kerk. Groepsvorming. Gezellig. Maar o zo vaak over de rug van iemand die wordt buitengesloten. Beroddeld. O zo vaak dreigen in gezellige groepen in de kerk ook allerlei mensen buiten de boot te vallen. Met de nek aangezien. “Nee, dat doen wij niet”, zegt U? Alweer blind voor je eigen geweld!

 

En daarom laat Jezus eerst de massa stil staan.

Hij weekt ze los. Hij zet hun verlangen naar sensatie om in roeping. Natuurlijk had Hij zelf naar Bartimeüs toe kunnen gaan. Maar Hij wil dat de massa weer mensen worden. Los van de hype en de sensatie. Los van die neiging om slachtoffers te maken. En waar ze net nog hebben gesnauwd naar Bartimeüs dat  hij zijn mond moest houden, daar zijn ze opeens uit die onbarmhartige ban losgemaakt. Ze gaan hem halen. Tonen opeens meevoelen, empathie. “Moed houden, Bartimeüs, Hij roept je!” Opeens gaat heel de blinde massa iets zien! Dit is een prachtig verhaal!

 

We zijn gedoopt, gemeente, ondergedompeld in de barmhartigheid en de liefde die van God komt. En die maakt je los van meegesleurd te worden in alle mensenlijke verlangens die zo snel heel gewelddadig kunnen worden. We zijn gedoopt om los te komen van de massa, en onze onbarmhartigheid te zien veranderen in de barmhartigheid, die de zachtmoedige Koning Jezus, Davidszoon, mens onder de mensen ons heeft bewezen.

Als God ons niet genadig was, bleven we allemaal stekeblind.

 

Amen.