Dorpskerk Barendrecht,

Kerstmorgen 2009, ds. Ph. van Wijk

 

Lieve gemeente,

Ik moet zeggen dat we er vreselijk veel in investeren. In de Kerstdiensten. Hans belde me op deze week. “Tjonge, jonge, al die noten….”  Het is ook wel een hoogtepunt.

Tegelijk moet je dan altijd heel goed opletten. Want het verhaal waar het allemaal om draait is wel heel duidelijk over één ding: het Kind is niet geboren waar op dat moment de aandacht, de massa, het feest was.

 

Vannacht heb ik dat al gezegd in de kerstnachtdienst. God lacht om de machtigste figuur op aarde. Om Augustus de Verhevene. Hij mag meedoen. Maar dan wel zonder dat hij er ook maar iets van weet of iets van snapt. Hij mag een bevel geven. Maar het Kind wordt niet in zijn paleis geboren. Niet in het centrum van de wereld en het centrum van de macht. Maar juist op een plek waar niemand, echt niemand dat zou verwachten. In een stal ergens in Bethlehem. Niet in de pracht en praal en licht en luister. Maar in een voerbak als wieg.

God lacht. Want dwars door alle menselijke handelen heen, en tegelijk tegen het menselijk handelen in wordt het Kind op zijn plek gebracht. De wereld wordt zo anders gered dan wij zouden denken.

 

Maar vanmorgen wordt het nog een beetje pikanter voor ons, hier in de kerk. Want het verhaal zegt eigenlijk dat het in de kerk helemaal niet gebeurt.

Stel je voor dat God zou zeggen: jullie kunnen prima Kerst vieren daar in de kerk in Barendrecht. Je hebt het allemaal uitstekend voorbereid. Mooi. Maar Ik ben er deze keer niet bij. Stel je voor. Ach zegt u, theoretisch. Natuurlijk is het hier fijn, en is God ook in ons midden.

Ja?  Ik vind dat niet zo vanzelfsprekend!

 

Waar was God in die dagen? Er was de tempelliturgie. Er was de synagoge met zijn liturgie. Overal deden mensen aan geloof en aan God. En waar ging het om? Zeker ook om de verwachting van een Messias. Een Gezalfde van God. Een koning die het heil voor het volk zou brengen. En op talloze manieren en in heel, heel veel plekken werd gebeden en liturgie gevierd als roep om deze Redder voor Israël. Ze wisten het zo goed. Vooral ook de theologen. En het volk ook.

 

En als die Gezalfde van God, de Messias daadwerkelijk komt, laat God hen allen voor wie ze zijn.

Waar Hij zijn heil voor de wereld gaat verkondigen: dat zijn de herders.

Precies de plek waar het NIET zou kunnen worden verwacht.

Laat de romantiek over herders maar thuis. Herders waren de verstoten kaste van de Joodse samenleving. Stelletje tuig. Als zij de stad binnenkwamen deden de mensen de mensen ramen en deuren op slot.

Vroeger waren de zigeuners dat soort mensen. Nu heb je weer andere groepen waar wij onze neus voor ophalen. Buitenlanders. Die Marokkanen. Of die Moslims. Of die criminele verslaafden. Of Hells Angels.

Als God nou vandaag op Kerst de kerk links zou liggen, en dat Hij er voor koos om ergens in dat schimmige circuit meer aanwezig te zijn dan bij ons…

In elk geval wordt de eerste christelijke liturgie gevierd bij dat gure stelletje herders.

 

En in die eerste christelijke liturgie, daar in de nacht in het veld, waar de meest indrukwekkende kerkmuziek wordt gemaakt die je je kunt voorstellen, en vervolgens in de stal waar de meest intense aanbidding plaatsvindt die er te vinden is, daar wordt de hele Joodse messiasverwachting en de hele Joodse theologie en de hele Joodse tempeldienst en synagogedienst onder kritiek gesteld. Al die theologie, heel dat systeem moet worden ingeleverd.

En zo moet misschien de kerk ook wel, misschien juist wel op het Kerstfeest, alles inleveren. Wat zou God met al onze kerstconcerten en onze prachtige kerstdiensten moeten? Zijn ze niet even blokkerend als de hele tempeldienst en Messiastheologie van de Joden was?

 

Waarom? Wil Hij de kerk dwars zitten of alternatief zijn? Een vlaag van meelij of sociaal gevoel?

Nee, het is veel principiëler.

Omdat juist dat soort mensen en bevolkingsgroepen, die hier in Lucas worden gerepresenteerd door de herders, vaak de zondebok zijn van de fatsoenlijke samenleving.

We kunnen soms zo makkelijk neerzien op zulke mensen. Hun huidskleur, hun afwijkend gedrag, hun aparte positie: bijna zou je zeggen dat we het nodig hebben dat er zulke afwijkende figuren zijn. Zij zijn vaak zondiger er schuldiger dan wijzelf, denken we. We dichten hen de criminaliteit toe. We sluiten hen zo makkelijk buiten. We praten over hen bij de koffie. We maken wrange grappen over hen. Ze hebben het al gauw gedaan. Daarom zou het wel eens kunnen dat het Christuskind eerder in Hillesluis dan in Barendrecht-dorp geboren zou zijn.

 

En ook omdat er in de kerk o zo makkelijk groepsdenken ontstaat. Ik was afgelopen zaterdag bij het eerste gesprek met het nieuwe koor dat we in de Dorpskerk starten. En al meteen werd duidelijk dat er mogelijk gevoelens van weerstand verborgen zitten bij bestaande zanggroepen.

Ik merk zo vaak dat er in onze gemeente een soort binnenste cirkel bestaat. Mensen die het gevoel hebben dat ze echt bij de club horen. Of eigenlijk verschillende clubs. En vervolgens zijn er dan weer anderen die van de weeromstuit in concurrentie met hen vervallen.

En zo lang we het kerkzijn en gemeentezijn maken tot een groepsgebeuren met een binnen en een buiten, met een meer en minder, met uitsluitingsmechanismen, zo lang lopen we het grote gevaar dat het evangelie zelf aan ons voorbij gaat.

 

Jezus is juist in de wereld gekomen om ons duidelijk te maken dat wij zo vaak leven ten koste van andere mensen. Onze gezelligheid met elkaar als groep houden we vaak in stand door het over die anderen te hebben. Of juist over die anderen te zwijgen.

 

U zegt: ik herken mij niet in dat beeld. Maar is het u nooit overkomen dat u bij iemand uit uw omgeving het gevoel had: dat is toch eigenlijk een raar mens, nee daar voel je je niet zo prettig bij, of daar had je diep van binnen niet de hoogste achting voor, - dat je op een dag tot je schaamte merkte dat je hem of haar eigenlijk altijd verkeerd had ingeschat en daarom buiten je deur gehouden?

In welke vorm dan ook, lieve mensen: overal zitten er bij ons neigingen om zo te zijn.

En dat is de kern van het Kerstevangelie, dat God komt om dit kwaad opzij te zetten. Redder van de wereld. Dát wordt daarmee bedoeld. Want al wat er aan onvrede in de wereld is, komt daar uit voort.

Hij wil ons het grote van de liefde leren.

Daarom klinkt bij de herders, die randfiguren, de stem en het lied van vrede. Vrede op aarde wordt het als dit kwaad van uitsluiten en buitensluiten is doorbroken en verdwenen.

 

En de weg van het leven van Jezus gaat zelfs helemaal langs dat patroon.

Hij gaat op bezoek bij prostituees. Bij mensen aan de rand. Hij is graag geziene gast bij de tollenaars.

Tot Hij op Goede Vrijdag zelf aan het Kruis hangt. Door iedereen beschouwd als een outcast. Een verliezer. Maar zo legt hij ons denken bloot, zo kom ter ruimte voor een nieuw denken en doen.

En dan voor de duidelijkheid: zeker mogen wij de vreugde van het Christuskind in de kerk en in de kerstdiensten verwachten. Als de kerk werkelijk op zijn plek is. Als de Kerstvierders ook werkelijk de moed hebben om deze innerlijke omkeer voortdurend te maken. Zich te laten aanraken door de onvoorwaardelijke liefde en los te komen van oude patronen. Dan valt er ongelofelijk veel te vieren. Dan is er in de kerk ook aanbidding. Juist daar zelfs. Dan is er volop gloria. De kerk mag het de wereld voorzingen, mits vanuit dat nieuwe besef dat juist dit Kind, geboren in de stal, en verkondigd aan maatschappelijke grensfiguren, ons heeft willen brengen. Komt, laten we zo kinderen van Kerst zijn. Komt, laat ons zo aanbidden. Dan begint de vrede toch ook bij ons weer opnieuw, aangedragen door God zelf.

Amen.