Dorpskerk Barendrecht, 26 september 2010

ds. Ph. van Wijk, dienst van Schrift en Tafel

Lucas 16,19-31, Amos 6,1-11

 

Lieve gemeente,

 

Lazarus heeft een naam. De vergrieksing van Eleazar: God helpt. Als dakloze, van wie de honden de zweren likken, blijkt hij uiteindelijk toch een huis te hebben. De schoot van Abraham. Met Abraham aanliggen betekent dat waarschijnlijk. Feestvreugde.

De rijke heeft geen naam. Hij lijkt een huis, en paleis bijna, te hebben. En veel vrienden. Feest op feest. Kleren om mee te pronken. Maar hij is de echte dakloze in het verhaal, die in de hel zijn ogen opendoet. Dat is de plek waar je geen vrienden hebt. Hij blijkt degene die met al zijn kleren in een barre, brandende, naakte werkelijkheid moet leven.

 

Nu zou ik een uitvoerige preek kunnen maken, want er is ongelofelijk veel te vertellen en te verduidelijken.

Maar ik neem de shortcut, de kortste weg naar onze eigen situatie.

 

Collectief, met zijn allen, maar ook individueel vaak, ieder van ons afzonderlijk, moeten we misschien in de spiegel van die eerste verzen van de gelijkenis kijken. En zou je ze dan niet zo kunnen lezen:

Er was eens het rijke westen, dat gewoon was zich te kleden naar de laatste mode. Dat leefde bij het motto: genieten. Dat met een ongehoorde verspilling leefde en slechts met n drive dagelijks leefde: iets nieuws, iets leuks, economische groei. En ook feest.

En voor technisch vernuftige poorten de lcd- en plasmaschermen, ADSL-kabels en glasvezelnetten die ons een venster op de hele wereld geven - lag een miljard hongerigen uit het zuiden. En stierf elke drie minuten iemand aan de gevolgen van armoede.

Armoede die onrecht is.

En jawel, er vallen wel wat kruimels van de tafel van het westen.

Natuurlijk is er een grijpstuiver als er een collecte is. Maar hoeveel meer dan een grijpstuiver is het eigenlijk? We geven voor Rurigi en Hati. En al snel prijzen we onszelf dat we toch wel wat doen. Maar zelfs 1% van ons vakantiegeld voor de mensen in de tent brengen we niet op. We zuchten al spoedig dat er zoveel goede doelen zijn, en brengen kapitalen bij de schoenhandel, Albert Heijn en de DA-drogist, de autodealer, het reisbureau, de hypotheker en de keukenboer. We hopen vurig op spoedig economisch herstel. Groei is daarvan het kernwoord. En we voelen enige onrust opkomen als de pensioenfondsen onheilspellende geluiden laten horen.

Die vierkante woorden van Amos, over rijken die loungen en in hun prachtige huizen wonen, maar daarmee ten diepste hun roeping als Godsvolk ontlopen en rijp worden voor het laatste oordeel, - zijn die massieve, vierkante gebeitelde woorden niet woorden die we maar eens gewoon op onszelf moeten laten slaan?

 

Wij hebben de Mozes en de profeten. En wat meer is: wij hebben het Evangelie.

In het hart van de Thora staan de Tien Geboden. We hebben ze op een monumentaal bord in onze kerk hangen, en vinden dat een prachtige aanwinst voor ons kerkinterieur.

Maar ze eindigen met: gij zult niet begeren. En dat terwijl het hoofdgebod van onze samenleving is: GIJ ZULT BEGEREN!! Elke dag worden duizenden modellen aan ons opgedrongen die ons vertellen dat we nog gelukkiger kunnen zijn. En we laten het begeren ongemerkt gebeuren. Het gevolg daarvan zijn die miljard hongerigen aan technisch vervolmaakte poorten.

 

Isral en wij, we hebben een ongekend diepe openbaring gekregen. Zo te leven dat niet meer anderen de dupe worden. Door niet meer in de cirkel van het begeren te leven, maar in die van de barmhartigheid. Door niet meer van slachtoffers te leven maar door om te zien naar wie verdrukt is en ontrecht. De arme recht te doen door hem uit de spiraal van armoede te halen. De ontheemde en de vreemdeling een dak en een warme gemeenschap te bieden.

Waar wij roepen: bezuinigen, efficiency, en nog eens de stofkam door de organisatie voor betere bedrijfsresultaten, daar zegt de Thora: maai de hoeken van je veld niet af, maar laat het voor de armen. En het Evangelie: als je twee hemden hebt, geef er een aan hem die er geen heeft.

Misschien is dat wel de samenvatting van al wat God met Isral wil: een samenleving die gent is op barmhartigheid in plaats van begeerte.

En het Evangelie: God zelf die in menselijke gedaante geen steen heeft om zijn hoofd op neer te leggen, maar zich op de hoofdschedelplaats laat offeren. Uit barmhartigheid. En uit besef dat het de mensen alleen op die manier duidelijk kan worden dat ze allemaal van slachtoffers leven.

 

Vandaag worden we genodigd aan de Tafel van de Heer. Brood uit de hemel wordt ons aangereikt. Wijn van het Koninkrijk.

Wie er goed op let en over nadenkt weet dat het gaat om een pijnlijke maar tegelijk ongekend barmhartige veroordeling van ons menselijke grondpatroon. Dat van begeren dat leidt tot het uitsluiten van anderen, die we ongemerkt ontrechten.

 

Ik weet zeker, dat als we werkelijk tot ons door laten dringen wat hier aan ons wordt uitgedeeld, dat ons hart dan open gaat. Dat je de moed krijgt om de thermometer eens aan te leggen bij je eigen patronen. Een vernieuwend en kritisch inzicht in je eigen verlangens en levensdoelen. En daarmee een nieuw vruchtdragen. Je wordt er wiser and sadder van. Je vervreemdt van de westerse wereld. Je wordt kritischer naar jezelf en de samenleving. En er wordt een nieuwe mededeelzaamheid in je geboren.

 

Het kan natuurlijk ook zijn dat je zegt: ja maar ik doe al genoeg, en het is zo ingewikkeld, en er wordt zoveel van je goedgeefsheid misbruikt, en ik moet toch ook zelf nog genoeg hebben om van te leven en

Het is inderdaad mogelijk om, ook als kerkelijk christen, ten diepste je innerlijk toe te sluiten.

Daar gaat het in het slot van de parabel ook over. God zet geen bovennatuurlijke wonderen in om ons hart te openen. We hebben Mozes en de profeten. We hebben het Evangelie. Het komt aan op gehoorzaamheid.

En misschien zeg ik het dan toch nog niet goed.

Hoewel Jezus in de parabel Abraham laat zeggen: Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat, is er toch Iemand uit de dood opgestaan om ons te overtuigen van de weg van de liefde en de barmhartigheid.

Dat gedenken we.

 

Eer aan de Vader

Eer aan de Zoon

Eer aan de Heilige Geest, Amen.