Tekst van de verkondiging, Kerstmorgen 2007.

Dorpskerk Barendrecht

ds. Ph. van Wijk

 

 

Lieve mensen,

 

Heerlijk, Kerstfeest vieren. Ik ken wel collega’s die zich er aan ergeren. Want ja, het is wel een beetje paradoxaal. Eenvoudig gezegd: er was wel iets intens moois in de kerstnacht, de geboorte van Jezus. Maar gezellig was het niet. Eigenlijk was het best pijnlijk.

Geen plek voor de Messias in Rome. Ga maar naar Israël

Geen plek voor de Messias in Israël. Ga maar naar Nazareth.

Geen plek voor de Messias in Nazareth. Ga maar naar Bethlehem.

Geen plek voor de Messias in een fatsoenlijk hotelletje. Ga maar naar het afdak van het vee.

Weg, weg, weg.

Je zou maar zo je eerste kindje moeten gaan baren.

Ik had in Friesland een collega die zo’n hartgrondige hekel aan het overdadige van Kerst had, dat ze uit protest stamppot boerenkool at.

En collega Romkes kan zich blijkens het Klankbord voorstellen dat u vandaag uw kerstkalkoen inruilt voor een bal gehakt.

 

Van mij mag het gezellig zijn met Kerst. Mag je heerlijk eten. Warm en blij het licht van kaarsen branden.

Het was toen wel armoedig en pijnlijk dat Jezus zo geboren moest worden. Maar er valt toch echt wel wat te vieren. Het is toch indrukwekkend dat de Eeuwige zelf een mens in de tijd, in de wereld, in de schepping werd. Een baby. Een jongetje. Een man later. Je mag gerust zeggen dat de hemel de aarde heeft aangeraakt. Sterker: de hemel wil de hele aarde doordringen. En dat kindje in de kribbe, hoe arm ook, is een teken, een belofte: het komt helemaal goed met Gods schepping, die nu nog zo onvolmaakt is. Laten we het maar vieren vandaag. Maar mag ik dan wel aan u vragen om het betekenisvol te doen. Ter ere van God. En het Kind.

Heerlijk eten, en mooie kleren, en warme kaarsen. Met het Kind in het midden. Ere zij God!

 

Misschien dat de mensen die figureren in dit kerstverhaal ons er bij kunnen helpen, om het inderdaad betekenisvol te doen.

Want dat vind ik één van de mooie en ook voor ons betekenisvolle dingen van het kerstverhaal: al die mensen komen in beweging. Er gebeurt iets met hen. En ze doen dan ook wat. Ze zitten niet maar wat goed gevoel op te slurpen.

 

Loop maar eens langs het hele tafereel. Dan valt het zonder meer op.

Ik sla de eerste over. Augustus. Daar heb ik het vannacht al over gehad. Niet meer eer geven dan hem toekomt: van keizer gedegradeerd tot figurant.

 

Maria.

Er gebeurt iets aan haar. Het overkomt haar als een donderslag bij heldere hemel. Vijftien, zestien. Trouwplannen. En dan een mysterieuze zwangerschap. Uit de heilige Geest. Wat is ze krachtig geweest. In al haar kwetsbaarheid.

Het zal je maar gebeuren. Misschien was onze eerste reflex wel geweest: alsjeblieft toch niet?

Maar die ongekende openheid voor het goddelijke! Voor wat van God komt.

En met die intense kracht van verwondering durft ze het aan om tegen alle menselijke bezwaren in deze zwangerschap aan zich te laten voltrekken. Riskerend dat niemand haar zal begrijpen. Haar relatie op het spel zettend. Inziend dat ze het grootste dat ooit ter wereld is gebeurd, aan den lijve meemaakt.

En wat ze met de woorden van Gabriël negen maanden eerder heeft gedaan, doet ze in de geboortenacht ook met de woorden van de herders die op bezoek komen: ze is er stil verwonderd over, en ze laat die rijpen in haar diepste binnenste.

 

Iets van Maria in ons bestaan? Durven we als zij, dingen aan ons te laten gebeuren? Durven we afscheid te nemen van ons goed gevoel en van ons comfortabel bestaan als daarmee het beste en diepste door en in ons kan gebeuren? Wie durft er nog zo voor God te gaan?! Wie geeft woorden van Godswege zodanig ruimte, diep van binnen, dat het rijpt tot kracht?

 

Jozef.

Ik vind Jozefs rol onderbelicht in onze verhalen. Mattheus brengt hem ook iets dichter bij dan Lucas. Jozef is echt een ‘kanjer’.

Je zou maar ontdekken dat je verloofde zwanger is, terwijl je daar zelf geen deel aan hebt. Hij gelooft de droom, waarin een engel hem vertelt dat Maria van een bijzonder kind zwanger is.  De schande van de gemeenschap trotseert hij om Maria in bescherming te nemen. En die ellende van op pad te moeten met minimale middelen en een hoogzwangere vrouw: dat is nog iets anders dan een fascinerende huwelijksreis.

Wat drijft zo’n man?

Niet anders dan dat God gebeurt in zijn bestaan. Dat brengt een mens in beweging. Dat Kind: voor hem was het wel duidelijk dat het meer was dan een zomaar een baby. Jozef geeft de hoogste prioriteit aan de heilige dingen waarmee hij geconfronteerd wordt. Dat zet zijn leven in beweging. In één klap weet hij zich een geroepene. En met de grootste toewijding en de meeste zorg, stapt hij daarin. God gebeurt!

Je moet dat niet voorbij laten gaan in je leven. Als God gebeurt. Omdat het ons comfort en onze plannen zou doorkruisen. Wij moeten ons door de hemel in beweging laten zetten. Ook aan ons gebeuren grote dingen! Geen spectaculaire. Maar wel diepe en grote. Het gebeuren van Jezus. Dat is meer dan wat religieuze gevoeligheid. Dat is desnoods alles opgeven en er voor gaan.

 

En de herders.

Stelletje godverlaten duisterlingen. Als ze in de stad kwamen deden de mensen uit veiligheidsoverwegingen de deur op slot. Geen romantische schapenwollensokkenfiguren!

Ze hadden de boodschap in de nacht belachelijk kunnen maken. De muziek te subtiel en de engel te fragiel. Sceptisch voor ‘Vrede op aarde’. Maar wat van God gebeurt, wordt een gebeurtenis in hun leven!

Ze gaan zoeken. Met haast. Geen ingedutte halfslachtigheid. Maar heilige haast.

En het belangrijkste wat ze doen is dit: lofzang. Aanbidding.

Het Lucas-verhaal is zo overduidelijk. Ze gingen niet hun feestje vieren. Maar ze gingen het verhaal doen! En dan de lofzang zingen! De lofzang zing je nooit voor jezelf. Of over jezelf. Voor je goed gevoel. Maar voor de Heilige. Zij richt zich naar buiten.

‘Komt laten wij aanbidden’ is dus duidelijk een dimensie meer en dieper en rijker dan: laten we sfeervol kerstliederen zingen.

 

En dat stelletje rabauwen wordt dan ook ter plekke een groep apostelen. Ze maakten overal bekend wat van dit Kind gezegd was. En er werd naar geluisterd.

 

Het moge duidelijk zijn: Kerst is meer dan een mooi verhaal. Kerst gaat verder dan een warm gevoel. Kerst reikt verder dan een stralende boom.

Kerst is een gebeuren. God gebeurt met Kerst. En Kerst vieren betekent in beweging komen doordat God gebeurt.

Beweegt dit van God geboren Kind in de wereld ons tot een gebeuren? Komen we tot verwondering, tot zelfverloochening, tot barmhartigheid en genade, tot aanbidding – dat vooral?

Of gooien we met een paar dagen de boom weer buiten de deur om tot de orde van alle dag over te gaan, het gedoe van Kerst al weer zat?

 

Komt, laten wij aanbidden, die Koning!

 

Amen.