Dorpskerk Barendrecht

Tekst van de preek op 15 april 2007

Voorganger: ds. Ph. van Wijk

 

orde van de dienst

 

Lieve gemeente,

 

Je kunt over vrede in de wereld praten. Actie voeren voor vrede. Vredeszondagen houden. Deze dagen is het boek van Meint-Jan Faber[1] uitgekomen, met zijn ervaringen uit de tijd van de Koude Oorlog. Interkerkelijk Vredesberaad. De naam zegt het: de kerk weet zich bij de vragen over oorlog en vrede erg betrokken. Maar er kwam in de kerk wel strijd, zoals u weet. De kruisrakettenkwestie heeft de kerk diep verdeeld. En dat ging er soms fel aan toe.

In het kamp van de tegenstanders van de IKV kroop men vaak in de sfeer van een andere vrede: als het maar vrede is tussen de ziel en God.

Vandaag doen we het in de kerk vaak wat voorzichtiger. Maar de termen blijven soms zo op afstand. Respect. Verdraagzaamheid. Geloven in elkaar. Dromen. Noem maar op. Mooie woorden. Op de preekstoel. In de catechese. Maar gewoon op school en op je werk in je gezin en in de samenleving: daar staat het vaak zo los van.

 

Maar lees nu eens het evangelie van Pasen.

Dan wordt het veel concreter. Dat komt heel dicht bij huis.

Daar zitten ze, elf mensen. Met de grendels op de deur. Omdat ze bang waren voor de Joden.

 

Je moet Johannes altijd lezen in de manier waarop hij symbolische taal gebruikt.

Die mensen zitten vast.

In de angst.  Vast in de cirkel, waarin wij mensen door onze manier van doen zo vaak in terecht komen. Meegezogen.

Een cirkel die begonnen was met de jaloezie en rivaliteit van de geestelijke en politieke leiders van het joodse volk ten opzichte van Jezus. Dat was een kettingreactie geworden. De een steekt de ander aan. Dat zag je toch van de week ook gebeuren? Maarten ’t Hart schept vorige week zondagmorgen in Vroege Vogels een beeld van Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren. Omdat ze lid is van de Zevende Dag Adventisten. Daarom is ze voor hem per definitie sektarisch. Binnen een paar dagen was het een hype voor radio en krant. En dat loopt er straks nog op uit dat ze het veld moet ruimen.

Een roept wat. Steekt een tweede aan. Twee steken twee anderen aan. Vier, acht, zestien, tweeendertig.. En dat is binnen de kortste keren een helse cirkel. Een crisis.

Heden ‘Hosanna’, morgen ‘Kruisig Hem’.

 

En daar hebben ze niet helemaal buiten gestaan. Die elf. De invloed van de besmetting heeft gemaakt dat ze laf geworden zijn. Verraad gepleegd hebben. Niet alleen Judas. Allemaal uiteindelijk.

 

Maar dan zit je wel gevangen. Dan word je bang. Je hoort bij dat systeem. Dat zijn de gesloten deuren waar Johannes het over heeft.

Dat zijn de gesloten deuren waarachter ook wij vaak zitten. Vast in een beeld van iemand. Allerlei vage gewetenswroeging over niet goed gelopen verhoudingen. Angsten omdat je ten diepste in het soort van denken van mensen meedoet, die je juist weg willen drukken.

Je zou kunnen zeggen: daar waar Jezus zo vrij is gebleven van de joodse leiders omdat Hij zich niet liet vangen in de cirkel van het nabootsen van de rivaliteit, en ook heel frank en vrij in zijn proces heeft gestaan, daar zitten zijn leerlingen wel vast. Ze konden niet van die rivaliteitsgevoelens loskomen. En zijn daarom gevangenen van hun eigen wereld.

 

Je ziet dat ook in het Genesisverhaal van vandaag. Jakob zit ook gevangen in de cirkel. Zijn vlucht is een gevangen blijven in de verkrampende cirkel met zijn broer.

En uiteindelijk leidt de daad van het leugenachtig grijpen naar de eerste positie en zegen tot een nieuwe cirkel: die van de mogelijke wraak van zijn broer.

 

Zo had het ook kunnen gaan met Jezus. Jezus had een tweede cirkel gaande kunnen maken. Die van de vergelding. Wat zouden wij doen als we door onze beste en intieme vrienden op het allerbelangrijkste moment verraden zouden worden? Als wij uit de dood zouden kunnen terugkeren, zouden we hen dan nog ooit tot onze vrienden willen rekenen?

Maar als Jezus op welke manier dan ook vanaf dat moment zich aan hun optreden had gespiegeld, en hen ook volkomen had laten vallen, dan zouden zij in een tweede cirkel van gevangenschap vast gaan zitten. Ze zouden vroeg of laat begonnen zijn zichzelf tegenover de buitenwereld te rechtvaardigen en Jezus toch in een minder gunstig daglicht zijn gaan stellen. Ja, we gingen wel drie jaar met Hem mee, maar eigenlijk, ja, ik weet ‘t ook niet, maar misschien deugde die man toch echt niet.

Wraak en vergelding vormen een cirkel die moeilijk te stoppen is. Het één roept het ander op. Kijk naar Israël en de Palestijnen. Maar ook in het klein van particuliere verhoudingen.Heel veel mensen en groepen en landen zitten in milde of in gewelddadige vorm daarin gevangen. Een wurggreep. Bron van zeer veel geweld in de wereld.

 

En dat is het ongekende van Pasen. Van de genade van God die in Jezus doorbreekt.

Hij gaat door de gesloten deuren heen. Letterlijk en figuurlijk. Hij doorbreekt met de kracht van liefde de cirkel van wraak met vergeving.

Een uitgesleten woord in de kerk. Maar in het Paasverhaal een uitermate concreet woord.

Gods ultieme antwoord op al wat er aan conflict en geweld in de wereld is. Gods doorbraak door cirkel van wraak en vergelding. In Jezus is Gods vergeving present.

 

‘Vrede zij jullie.’

Dat zegt Hij tegen deze vrienden – die Hem verraden hebben!

Dat is geen ideologische taal van een wereldverbeteraar. Maar dat is de meest diepgaande en de meest vredescheppende liefde die er bestaat. Dat is een nieuw bestaan. Zo anders.

 

En dat is de heilige Geest die Hij op hen blaast. De zending waarmee Hij hen in de wereld zendt. Op die avond van Pasen is het al Pinksteren. Pasen en Pinksteren op één dag. Concreet betekent dat: dat de nieuwe wereld van vrede binnengebracht wordt.

En die nieuwe wereld begint dus bij de vrede die de vergeving met zich mee brengt.

 

Wij zijn niet zo ruimhartig als het aankomt op het toelaten van schuld en boete. Wij redeneren onze problemen die we onderling hebben weg. We verbloemen ze. We praten onze daden waarin we anderen in de steek laten, verraden of uitsluiten goed, door er allerlei rationele redeneringen op los te laten. Maar intussen zitten we wel vast in de cirkel.

 

Maar vergeving doorbreekt de cirkel.

Dat moet je durven toelaten.

In het prachtige boek, De Vliegeraar,[2] deze week nog op het journaal, en vorige week nog op uitstekende manier besproken in Trouw, wordt zeer indringend vertelt hoe de hoofdpersoon de diepe trouw en vooral vergeving van zijn vriend die hij ernstig verraden heeft, eigenlijk weggestopt. Niet kan verdragen. Het confronteert hem met zijn egoïsme en ontrouw. Maar uiteindelijk breekt het echte besef van schuld en boete door.

Dat hebben we als mensen van de moderne samenleving weer nodig. Echt besef van wat onze verhoudingen eigenlijk vaak inhouden.

Helaas gebeurt het tegenovergestelde. Het is triest als je ziet dat de roep om hardere straf steeds groter wordt. En de wraak terugkeert in de samenleving. Wel met een wit boordje om. Maar toch. Terwijl toch eigenlijk door de invloed van het evangelie de sfeer van wraak die we in andere culturele tradities, ook bij medelanders zien, door de eeuwen heen had geleid tot mildheid in dat opzicht.

 

Maar juist die ultieme liefde en vergeving van Jezus blijken zoveel meer kracht te hebben dan vergelding. Dit is de weg van vrede op aarde.

Je kunt grote woorden of abstracte begrippen hebben over vrede en respect en liefde en noem maar op. Maar voel het concrete gehalte van dit verhaal van het evangelie. En zoek het van daar uit op in je eigen bestaan. Niet in een vrome ervaring. Of goed gevoel. Maar in je eigen verhoudingen.

 

En dat is ook onze missie in de wereld: te gaan vergeven.

Je kunt elkaar vasthouden in de cirkel van rivaliteit en daaruit voortkomende verwijdering. Van verwijt en het vijandsbeeld dat de ander voor je geworden is.

Maar je kunt ook bevrijdend binnengetrokken worden in de cirkel van de vergeving. Ik denk dat Jezus dat bedoelt als Hij zegt:

‘Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven. Vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven’.

Dat zijn m.i. veel misverstane woorden. In de Rooms-katholieke traditie is dat gebruikt als een woord waarin de kerk de vergeving van God als een instituut ging overnemen en belichamen. Denk aan de biecht- en boetepraktijk die er gegroeid is.

Vergeven kan toch alleen God? vragen we ons af.

Maar Gods vergeving en onze onderlinge vergeving worden sterk aan elkaar gekoppeld.

Als wij in een sfeer blijven hangen waarin we de mensen met wie het tussen hen en ons niet goed ging, niet totaal kunnen vergeven, maar altijd allerlei voorwaarden blijven opwerpen, of allerlei verborgen rancuneuze gevoelens blijven koesteren, dan blijft dat een cirkel waarin we onszelf, maar ook die ander gevangen houden.

Maar als wij, net als Jezus, iets van die onvoorwaardelijke vergeving durven geven aan wie ons in de weg zitten of zaten, dan breekt een cirkel open. Je biedt vergeving aan. Je handelt met de ander vanuit het feit dat je wilt vergeven. En die houding nodigt de ander om daar ook binnen te treden. Los te komen. Dan worden we zelf en de ander verlost. Dan is vergeving een werkelijkheid. Dan weet de ander zich ook vergeven. De kracht van Jezus is kennelijk zo groot dat we daardoor iets van God gaan representeren.

 

En dat is vrede. Alleen een wereld die nieuw begint bij de doorbraak uit deze cirkels, in deze kracht van vergeving, is een wereld waarvan we kunnen zingen: Vrede op aarde.

Maar dan hoeven we het niet in de eerste plaats over kruisraketten of de huidige varianten van de oorlogsmachine te hebben, maar we kunnen thuis beginnen. De vredesfabriek[3] draait op de grondstoffen van onze eigen levensverhalen.

Wat is het fantastisch dat in Jezus duidelijk geworden is hoezeer Gods vergeving ons omringt en werkzaam mag zijn.

 

In de naam van de Vader,

In de naam van de Zoon,

In de naam van de Heilige Geest.

Amen.



[1] Mient Jan Faber, Vooruitgeschoven spionnen, Bevrijd uit de boeien van de Koude Oorlog, Uitgeverij Het Spectrum, 2007

[2] Khaled Hosseini, De Vliegeraar, uitgeverij De Bezige Bij, 2006

[3] In Barendrecht (in de Dorpskerk) is recent de rondreizende interactieve tentoonstelling De Vredesfabriek aanwezig geweest