Grote Kerk Dordrecht, 18 januari 2015

2de zondag na Epifanie

Johannes 2 : 1-11

 

Epifanie,  lichtglans die gaat schijnen. Als Jezus in het openbare leven gaat verschijnen, dan komt er glans over de dingen. Johannes zegt dat zo onomwonden en treffend in dit verhaal van de bruiloft te Kana. Dit is het begin dat Jezus maakt met de tekenen te Kana in Galilea; zo laat Hij zijn glorie verschijnen.

Ik kan me voorstellen, gemeente, dat we er amper voor in de ‘mood’ zijn om te kunnen accepteren dat het leven weer glans kan krijgen. Alles wat er rond Parijs en Charlie Hebdo, en de Joodse supermarkt, en nu ook weer Verviers en België in het nieuws is gekomen. Het lukt amper meer om aan een zeker gevoel van somberheid te  ontkomen. Zijn we net een beetje aan het gevoel toe dat heel misschien toch de economische crisis afvlakt, komt er zo’n ander signaal keihard binnen dat onze samenleving niet bepaald onproblematisch is. En ik wil geen opsomming gaan maken van alle dieper liggende problemen waarmee onze tijd te maken heeft. Maar je moet, als je echt met open ogen en oren in de tijd staat wel heel erg oppassen om geen cultuurpessimist te worden.

“Ze hebben geen wijn” zegt Maria. Wijn, bijbelse uitdrukking bij uitstek voor vreugde en geluk. Ze hebben geen wijn. Misschien wel de beste typering voor onze tijd?

Nee, waarschijnlijk hadden ze het niet in de gaten, het bruidspaar. Opgetogen in de roes van hun nieuwe geluk. Misschien is dat ook beeld van onze tijd. We dompelen ons onder in de roes van onze welvaart. Maar ten diepste dreigt op heel wat fronten: ze hebben geen wijn. Wat zeg ik? Hoevelen in onze samenleving zijn niet allang gebotst op de grenzen van het geluk? Door de bodem gezakt. Hoevelen hebben niet in onze tijd de hulp van de psycholoog, de psychiater, de antidepressiva nodig?

En ook als je die niet nodig hebt, dan toch lijkt heel onze westerse consumptiemaatschappij op één grote verdringingsactie.  We hebben het enorm nodig dat we kunnen kopen, leuke dingen kunnen doen. Maar het verhult nauwelijks dat we lijden aan leegte. We zoeken aan alle kanten. In allerlei religieuze en spirituele tradities proberen we nog wat zin bij elkaar te sprokkelen, als we al niet manmoedig  van alle zoeken naar zin zijn afgestapt. “Ongelovigen halen de godsgelovigen in”, kopt Trouw vrijdag. Ze hebben geen wijn….  Zou de Eeuwige die ons, kleine mensen met al onze drukte, gadeslaat niet zo over ons denken? Ik vermoed dat het dicht bij de waarheid ligt.

En dan staat er zo’n verhaal, dat ons wil vertellen dat heel dat geluksfaillissement wordt afgewend en omgekeerd in een ongekende vreugde. Honderden en honderden liters water in wijn veranderd.

Kan dat, gemeente?  Kan het waar zijn dat het leven van alle dag, dat de bodemloosheid van onze samenleving, aangeraakt, getransformeerd wordt tot nieuwe glans? Is Epifanie echt mogelijk of is het luchtfietserij? Een warm verhaal in een koude kerk, dat uiteindelijk nauwelijks bestand is tegen het scepticisme, dat door de kieren van onze ziel tocht?

Is er een epifanie mogelijk? Achten wij dat realistisch, gemeente? Dat het leven in onze samenleving weer nieuw elan en nieuwe glans krijgt? Werkelijk een innerlijke vernieuwing ondergaat, waardoor het samenleven vreugdevoller, betekenisvoller, harmonieuzer wordt? Achten wij dat mogelijk, dat God een nieuwe weg opent? Dat God zich er mee bemoeit? Geloven wij nog in zulke dingen?

Ik kan u slechts zeggen dat Christus ook Heer is over de geschiedenis. Dat Hij in de geschiedenis vaak wendingen heeft gegeven.

Precies daarover gaat het in onze OT van vandaag.  Dat is voluit wat de profeet bedoelt. Een nieuwe tijd van glorie, van recht, van vrede en vreugde voor Sion, Jeruzalem.  Terwijl de geschiedenis van het volk dichtgeslibd lijkt.

Maar ook de grootste van de kerkvaders, je zou kunnen zeggen een NT profeet, heeft het daarover. Augustinus. Er zijn, zegt hij, in sommige tijdsgewrichten tempora christiana ontstaan. Christelijke tijden.

Het Romeinse Rijk dreigde aan innerlijk verval ten onder te gaan. De bekering van een keizer heeft een enorme wending gegeven aan alles. Ook al valt er van alles van te zeggen en op af te dingen. Toch durft Augustinus,  het aan om over tempora christiana te spreken, niet lang na de bekering van keizer Constantijn. En in wezen stond hij daarmee op de bodem van de Bijbel. Zeker ook op die van de openbaring aan de Joden. God van de geschiedenis, niet maar van het innerlijke, het spirituele, de ziel. Water in wijn veranderd. Laten wij de moed hebben om zo te geloven, voor onze tijd. Ook al dwingen wij het uur niet. Weten wij niet wat er gaat gebeuren. Maar wie weet, breekt Christus door met nieuwe vreugde in een diepgaande omkeer in onze samenleving. Maria zei tegen de bedienden: doe alles wat Hij van je vraagt. Laten wij tegen de feiten in zo ook geloof hebben! De feiten zeggen: wat moet het worden? Waar moeten onze kinderen en kleinkinderen nog doorheen? Het geloof zegt: Christus is Heer! Wie weet, breekt een nieuwe tijd door.

En tenslotte leven we toch bij het visioen van de totale vernieuwing van de geschiedenis en de schepping? Herschepping. Het geluk zal zich in al zijn volheid ontvouwen. Chronos, de oude God van de tijd die voorttikt en de dingen verslijt en leeg maakt, wordt overwonnen door Kairos, de tijd van de Eeuwige, die zijn hemel op aarde zal doen dalen. Water wordt wijn. Dat blijft ons geloofsvisioen. En dat is meer dan dagdromen. En de laatste wijn zal beter zijn dan de eerste.

En van de grote kring van het samenspel van de hele samenleving trek ik nog kort de lijn naar die kleinste kring van samenleven, naar het huwelijk. Want het verhaal van het eerste verschijnen van Jezus zoals Johannes ons dat overlevert is overduidelijk een verwijzing naar het eerste samenleven van mensen. Zoals hij  in hoofdstuk 1 direct aansluit bij Genesis 1, met die diepzinnige en prachtige woorden over het spreken, het Woord van God in het begin dat leven schept, en licht in de duisternis, zo sluit hij hier aan bij wat volgt in Genesis. Waar al spoedig de wijn van de vreugde van twee verrukte mensen opraakt en verstikt in verwijt en verwijdering. De bruiloftstijd van het paradijs van twee mensen loopt spaak. Ze hebben geen wijn.

We hebben nauwelijks meer de antennes dat het geluk van twee mensen die samengaan niet is gelegen in de passie van de verliefdheid, van eros, maar in de kracht van agapè. Van God gekomen liefde die de ander werkelijk zoekt en bedoelt. We staan het toe dat onze relaties verslijten in sleur, en niet zelden komen steeds opdringender, rivaliserende krachten de verhoudingen verstoren. De helft van de huwelijken die worden gesloten, worden weer ontbonden….  Ze hebben geen wijn.

Is ook daar waar relaties vastlopen en de wijn opraakt, een nieuwe glans mogelijk? Is het mogelijk dat de alledaagse gewoonheid en vaak ook leegte in de verhoudingen, het water, verandert in de wijn van de vreugde?

Ik begeef mij op glad ijs, dat besef ik. Maar al te vaak heb ik in de pastorale praktijk gezien dat verhoudingen zozeer verworden waren dat het nodig was om beide partners te adviseren om niet meer met elkaar verder op te trekken. Maar ook het tegenovergestelde! Ik heb ook gezien dat in de worsteling er soms krachten boven kwamen die een hernieuwde zoektocht naar elkaar opleverde. En waar, ondanks littekens en soms overgebleven pijn, er een nieuwe vreugde kon binnenstromen. Soms inderdaad groter dan wat er ooit geweest was.

De laatste wijn beter dan de eerste. Laten we God bidden om een Epifanie in tijd, een nieuwe glans over onze geschiedenis die vast dreigt te raken. En over onze relaties, waar we nog amper raad mee weten. Die genade was het begin van de tekenen van Jezus. Zijn glorie die begon te schijnen. We smachten naar die wijn.

En tegen de trend van de tijd in, geloven we in een God, die zijn Zoon in de wereld heeft gezonden om al onze duisternis te verdrijven. En de toekomst vol glans en vreugde te openen.

Eer aan de Vader, eer aan de Zoon, eer aan de heilige Geest,

Amen.