Barendrecht, Carnisse Haven, zondag 1 november 2009

Predikant: ds. Ph. van Wijk

Lezing: Genesis 25 : 19-34

 

Lieve broeders en zusters,

 

Wat mogen we ongekend blij zijn dat wij van het vol

k IsraŽl de Thora hebben gekregen.

Het is het hart van wat IsraŽl gelooft, en omdat wij ook op de stam van IsraŽl geŽnt zijn, raken die verhalen van IsraŽl ons.

Misschien weet u dat de oude verhalen van IsraŽl vooral in de tijd van de ballingschap opnieuw doordacht zijn. Bij elkaar gebracht zijn in die ene Thora met zijn vijf boeken.

Je kunt je wel voorstellen dat je in zoín tijd waarin het volk uiteengeslagen is en voor een deel gedeporteerd, gaat nadenken over de vraag: wie zijn we nu eigenlijk? Zijn we werkelijk het godsvolk? Een identiteitscrisis met veel vragen. En juist toen zijn allerlei verhalen die onder het volk leefden, en die van generatie op generatie werden doorverteld opnieuw gaan leven en tot ťťn indrukwekkend oerverhaal bij elkaar gebracht. Over Gods bijzondere weg met de aartsvaders, de oervaders van het volk.

 

En hoe gaat dat? Verhalen waarin volken vertellen wat hun oorsprong is, zijn vaak heldenverhalen. Mythen.

We hebben allemaal de neiging om het verleden in ons voordeel te laten werken. Jouw geschiedenis is toch een betere dan die van de buren.

Nederland heeft toch een heel wat betere rol in de twintigste eeuw gespeeld dan Duitsland. En jouw familie deed het toch heel wat beter dan sommige andere families uit de buurt. De Islam is toch veel gewelddadiger dan het christelijk geloof? Doorgewinterde Hervormden en doorgewinterde Gereformeerden hebben over en weer over elkaars geschiedenis niet altijd een positief verhaal.

Mythische vertekening over het heldenverleden van het eigen volk en de slechtheid van de buurvolken, die vind je overal!

 

Maar lees dan het verhaal van vandaag, van Jakob en Esau. Dat lezen wij natuurlijk als een prachtig familieverhaal. Maar het is ook het oerverhaal waarin IsraŽl vertelt hoe het zit met hun buurland Edom. Jakob Ė IsraŽl; Esau Ė Edom. Twee volken die heel veel moeite met elkaar hadden. Als je het in de recente geschiedenis zou plaatsen dan zou je zeggen: IsraŽl en de Palestijnen. Of in Irak: sjiieten en soennieten. Of in de koude oorlog: Rusland tegen Amerika. Of eigenlijk zoveel conflicten en geweldssituaties.

En de kracht van de Thora is dat het niet een zwart-wit verhaal wordt. Waarin Jakob de held is, aan wie geen vlekje te bekennen valt, en de bron van de conflicten alleen maar bij Esau te vinden zou zijn.

Het verhaal wordt verteld over wie de zegen van de vader mag doordragen, en zo Gods belofte doorgeven. Wie is geschikt als stamvader van het volk waarmee God zich bijzonder verbonden heeft? Eťn ding wordt pijnlijk duidelijk: het is alleen genade van God dat IsraŽl drager mag zijn van de krachten van het Godsrijk. En niet omdat het een heldenverleden heeft.

 

Wij maken vaak allerlei verkeerde leiders in de wereld tot zondebok omdat zij de bron van oorlogen zouden zijn. Nee, als wij het voor het zeggen hadden zouden we dat nooit doen. O nee? Het is de kracht van de Thora dat die ons laat zien dat we conflicten in de wereld terug moeten vertalen in de verhalen van jezelf. Van je eigen gezin. Van je familie.

Nee, zegt de Thora. Kijk thuis in je eigen verhoudingen. Daar ligt de bron.

 

De zwangere Rebekka. Een tweeling. Die zwangerschap breekt haar bijna op, omdat die twee kinderen in haar schoot elkaar de ruimte al niet gunnen. Keihard op elkaar botsen. Letterlijk staat er: breken, mishandelen, stukslaan.

HEER, wat moet ik er mee? vraagt ze. Als ik zo moeder moet zijn is mijn leven zinloos!

En dan zeg ik het iets anders dan het er staat, maar eigenlijk zegt de HEER: wat jij met je kinderen in je schoot meemaakt, dat is nu het oerprobleem van de mensen op aarde. Twee volken die nu al oorlog hebben. De een wil machtiger zijn dan de ander.

 

Een tweeling: in veel primitieve en oude culturen werden tweelingen beschouwd als buitengewoon gevaarlijk voor de vrede van de samenleving. Twee kinderen die zoveel op elkaar lijken, of zo direct dezelfde belangen hebben kunnen zo makkelijk een bron van geweld vormen. Ze doen elkaar na. Dat elkaar nabootsen leidt tot jaloezie en rivaliteit. Veel mythen vertellen dat verhaal. Denk aan het verhaal van Romulus en Remus, over het ontstaan van de Rome.

Tweelingen werden en worden om die reden in sommige culturen als volstrekt ongewenst beschouwd. Soms gedood of in de bush achtergelaten. Ze worden beschouwd als een ongunstig teken. Onheil. En gelukkig hoeven we er zo niet meer naar te kijken. Een tweeling is een dubbele zegen.

Maar de Bijbel tekent wel de levensrealiteit dat ook intieme menselijke verhoudingen altijd dat gevaar in zich dragen. Mensenparen die zo dicht bij elkaar staan.
KaÔn en Abel, Abraham en Lot, Isaak en IsmaŽl, Rachel en Lea.

Wat spant het vaak in de verhalen van mensen die als zussen of broers heel gevoelig zijn voor de eigen plek. Vooral als er belangen komen. Tussen partners, collegaís, vriendinnen. Die ongekend veel delen, en plotseling door het nabootsend begeren, willen zijn wat de ander is. Naar hetzelfde lonken, en daardoor heel verborgen, of soms heel openlijk en keihard botsen.

Want wij denken dat we ieder een eigen persoonlijkheid zijn. Dat we allemaal authentiek zijn. Wat ik wil is van mezelf. Want ik ben uniek. Maar ontzettend veel van wat we willen lenen we eigenlijk van de ander. En als die ander zo dichtbij je leeft, voelt en weet die ander dat ook haarfijn. En dat maakt het soms zo moeilijk.

Waarom wilde Jakob het eerstgeboorterecht? Omdat hij zo gelovig was? Ik denk dat het te mooi is om zijn verlangen zo vroom te maken. Het was een puur diepmenselijk fenomeen. Hij wilde zijn wat zijn broer was.

Jakob was rechtuit iemand die in dat nabootsend verlangen gevangen zat. Puur rivaliteit. Willen zijn wat de ander is. Zijn rol was niet fraai.

En het is waar. Van Esau wordt niet zoín mooi portret getekend. Iemand die zich laat leiden door de onmiddellijke bevrediging van zijn behoeften. Teveel aan de eisen van zijn lichaam gebonden om plaats te maken voor God. Hij leeft in een heftig nu. Laat me eten. Eigenlijk staat er: laat me vreten. Hij denkt niet aan de diepere dingen. Hij zou zo bij onze tijd passen. En daarmee is iets gezegd over het volk van Esau. Maar de Bijbel laat zich niet tot de al te menselijke neiging verleiden om het eigen verleden van IsraŽl te verheerlijken. Vertelt volkomen eerlijk over Jakob. Niet zo behaard als zijn broer. Letterlijk en figuurlijk een gladde jongen. Vastgeketend aan de obsessie dat zijn broer de eerstgeboren is. Vol van rivaliteitsgevoelens.

 

En dan zou je verwachten dat Rebekka en Isaak wel heel in het bijzonder op hun hoede geworden zijn door deze prenatale oorlog in hun gezin. Dat ze er samen dagen en nachten over gepraat hebben om dit kwaad te stuiten. En dat ze elkaar zouden hebben opgescherpt om hun kinderen iets van het grote van Jahwe mee te geven. De wijsheid en de liefde die het nabootsend botsen overwint. Juist door zelf in heilige harmonie te leven.

Maar het blijkt hoe subtiel en ongemerkt het concurrentiemodel tussen mensen werkt. Dan worden die kinderen een wig in hun huwelijk. Ze laten zich besmetten door de rivaliteit van die twee jongens, en het drijft hen ook uit elkaar. Als je het verhaal leest denk je: hoe konden die twee nu zo een voorkeur hebben? Zo een lievertje kiezen. Iedereen weet met zijn verstand dat dat niet moet. Maar ligt het gevaar dat je ongemerkt toch meer van het ene dan van het andere kind gaat houden niet dichter bij dan je wil toegeven?

Kinderen kunnen soms inderdaad een wig drijven in verhoudingen.

Een thema met allerlei variaties.

Hoe vaak zie je niet dat kinderen worden gebruikt om je eigen gelijk te bevestigen tegenover je partner. Bij gescheiden ouders. Gebruikt om ze tegen de ander uit te spelen. Op te zetten. Te kiezen. Soms wordt een kind gebruikt, verwekt als een poging om problematische verhoudingen te verzoenen. Dat moet dan een huwelijk redden.

 

En wat een oprechtheid van de Thora, om zulke verhoudingen eenvoudig te beschrijven. Vergis je niet in jezelf. Het is goed om eerlijk te worden over je eigen diepste attitude. Juist daarin gaat de Bijbel ons voor. Geen geromantiseerd mensbeeld. Maar heel openhartig. Want juist daar gaat Gods prachtige openbaring over. Om dat te overwinnen. Eigenlijk is heel de Bijbelse boodschap ťťn groot verhaal om duidelijk te maken dat de liefde van God gekomen is om de menselijke verhoudingen in een nieuw licht te stellen. Om al dat botsen onder mensen te overwinnen en om alle dingen en alle mensen met elkaar in het reine te brengen. Daarover gaat het evangelie van Jezus Christus. Zo komt het Rijk van God. Vrede op aarde. En de wijsheid van de Thora is dat dingen niet toegedekt worden maar opengelegd. Ontgoochelend. Maar ook vernieuwend.

 

 

Eer aan de Vader

Eer aan de Zoon

Eer aan de heilige Geest.