Dorpskerk Barendrecht, 21 feb. 2010, Invocabit

Ds. Ph. van Wijk

Lucas 4,1-13 en Exodus 3,1-18

 

 

Lieve gemeente,

 

Jezus wordt meegenomen door de duivel naar de top van een hoge berg. Daar krijgt Jezus alle koninkrijken van de wereld te zien. Ook het Koninkrijk der Nederlanden is daar bij. En de Verenigde Staten, en Afghanistan en Kenia. Maar onze constitutionele monarchie dus ook. Ook al bestond dat toen nog niet, het was er toch bij.

En de duivel claimt dat alle macht van alle koninkrijken aan hem is gegeven.

En de duivel heeft gelijk in die claim. Zeg niet te vroom: God is toch de werkelijke alleenheerser. Nee, de duivel heeft gelijk. Hij is overal de heerser.

Als ik kijk naar Kenia bijvoorbeeld, een land dat ten prooi is aan botsende stammenbelangen, maar vooral aan persoonlijke belangen van politici, ja dan klopt de claim. En Zimbabwe. En Noord-Korea. Okť, denken we dan, dictaturen en bananenrepublieken en onvolwassen staten. Maar de claim van de duivel geldt niet voor Nederland, gelukkig. O nee? Kijk maar naar het nieuws. Waarom valt een kabinet? Omdat ze het oneens zijn over de missie in Uruzgan? Welnee, gemeente. Daar steekt een heel veld van krachten achter, die alles te maken hebben met wat de duivel hier bedoelt. Daar spelen in mee persoonlijke ambities, persoonlijke rivaliteiten, en het verlangen naar macht en positie. De Nederlandse samenleving: ik vind die zorgelijk. Echt niet alleen vanwege de economische crisis. Maar het onbehagen en de toenemende tegenstellingen en verharding. En dat in zoín ongewis klimaat een kabinet met ogenschijnlijk verstandige ministers niet boven die oerkrachten van gezicht en positie en macht kan uitkomen om in wijsheid te regeren: dat komt door de duivel.

 

Maar ik zeg gelijk: de duivel bestaat niet. Nee, de duivel bestaat niet als een soort van halfgod ergens in een bovenwereld, die van daaruit allerlei mensen met zijn bovennatuurlijke macht zou beÔnvloeden. Zo bestaat de duivel niet. Hou de duivel dicht bij huis. In rivaliteiten. In jaloersheden. In onderling wantrouwen. En vooral in het feit dat mensen hun ongenoegens en rivaliteiten ongemerkt samenballen en slachtoffers maken. Dat is een menselijk gegeven, dat je de duivel mag noemen. Er zijn wat een duivelse krachten aan het werk. Ook heel dicht bij hoor. Gewoon hier bij ons. Iemand zei in een vergadering deze week: als de organist een lied gaat vooroefenen, dan hoor ik om me heen in de kerk mensen zuchten, die er zich aan ergeren. Dat is een voorbeeldje van de duivel. Die zich ergerende mensen. In plaats van respectvol te aanvaarden dat iemand zijn gaven op zijn wijze inzet. Zoín gebrek aan werkelijke liefde en respect kan nooit de voedingsbodem zijn waarin je elkaar met diepe liefde kunt volgen en waarin je met elkaar verder kunt. In het bestuur leidt dat altijd tot wringende verhoudingen. Je wilt jouw haan koning laten kraaien. Of jouw ding moet voorrang krijgen. Jouw belang moet gediend worden. Dat is de verzoeking die ook Jezus overkomt. Ik wil wat zijn. Ik wil wat betekenen. En daarmee val je bijna ogenblikkelijk in dat soort processen. Maar deze verzoeking wijst Hij af, omdat Hij alle dingen nieuw wil maken. Doordringen van een nieuwe realiteit. Van het Rijk van zijn Vader.

 

Mozes, zo hebben we vorige week gezien, kan zich in die door dat soort processen geregeerde wereld niet thuis voelen.

Hij wordt uit de machtsstructuren van Egypte uitgeslingerd. Een machtsstructuur waaronder zijn volk alleen middels dictatoriale onderdrukking en genocide kan worden bestreden. En hij moet ook zelf leren om los te komen van machtsmiddelen en van geweld. Hij raakt ook vervreemd van zijn eigen volk, dat onderling vecht. Hij is vreemdeling in Midjan, ook al wordt hij warm ontvangen en krijgt hij de dochter van het stamhoofd als vrouw.

Overal heersen dezelfde dingen.

 

Maar dan is er iets unieks. Iets van de andere kant. Dan is er na jaren van zwerven met de kudden die ervaring bij de Godsberg, de SinaÔ. Die ontmoeting met de levende God.

Het komt van de andere kant. Niet van de kant van mensen zelf.

Mozes wordt een geroepene. Door iets wat niet zomaar van ons vandaan komt. Doe je schoenen uit. Dit is veel groter dan jij bent.

Maar niet als een machtsstructuur waar je alleen maar op grote afstand wordt gehouden om er bang van te zijn.

Want daar toont God zich een God van diepe nabijheid voor de mensen. Een koning, een heerser. Maar niet in de structuren van heersen van de mensen. In dit verhaal wordt duidelijk dat IsraŽl een God heeft die anders is dan alle goden. Alle goden zijn eigenlijk allemaal machthebbers die wij mensen zelf hebben geschapen. En daarom lijken ze op ons.

 

Maar de God van IsraŽl, de God van Abraham, Isaak en Jakob, is de DIE-ER-ZAL-ZIJN.Niet de god die projectie is van onze eigen geweldsstructuren. Niet de machthebber die zijn eigen belang dient. Niet de sluwe die zijn belangen op listige wijze op de kaart weet te zetten.

Maar de God die eeuwig trouw is aan zijn liefde. Die er werkelijk is, voor wie geslachtofferd wordt.De God wiens Naam ook daadwerkelijk zijn wezen is. Zonder enige schijn. DIE-ER-ZAL-ZIJN. De enige echte God die gehalte heeft. Groter dan wij. Boven ons en voor wie je je schoenen uitdoet. Heilig. Maar tegelijk met ons. Bij ons. Recht voor wie ontrecht is. Vrijheid voor wie bekneld zit. Liefde voor wie gehaat wordt. Oorsprong en doel van ons leven.

 

De duivel bestaat niet. Dat zijn we zelf.

Maar God bestaat wel. Dat zijn we niet zelf. Maar dat is Hij die ons draagt en in wie wij leven. Die ons vooraf gaat. Boven ons uit is. Voor ons uit is. Dieper dan ons gaat. Hij is er! Hij zal er zijn.

 

Volgens Klaas Hendrikse bestaat God niet. Want deze God van IsraŽl is alleen maar een uitvinding van de ballingschap om ook een machtige God te hebben, net als de volken hun machtige goden hadden.

En hij heeft wel een klein beetje gelijk. Ook in de Bijbel vind je nog wel heel wat trekken bij God terug van zoín geweldenaar. Maar dat zijn restanten van ons menselijke denken. Van de beproeving om God te maken naar ons eigen model.

Maar al onder IsraŽl begint de openbaring dat God zoveel anders is dan ons eigen geweld. En in Jezus wordt helemaal duidelijk wie God eigenlijk is. De totale transparantie van heilige liefde.

En gelukkig bestaat deze God. Anders waren we overgeleverd aan de machtstructuren van ons mensen.

Hij gaat ons voor. Niet wij herscheppen de wereld. Maar Hij. En we geloven in Hem, wiens liefde de wereld zal hervormen tot zijn Rijk. Door hem laten we ons roepen, zoals Mozes zich, met alle protest, toch liet roepen.

 

Het is veertigdagentijd. Op weg naar Pasen. Christus heeft zich niet door de duivelse krachten laten binden, maar is een bevrijdende weg gegaan. De weg waarin hij al het menselijke geweld heeft ontmaskerd. Hij heeft in zijn weg van totale zachtmoedigheid, van liefde, van aanwezigheid getoond wie God is. God met ons. DIE-ER-ZAL-ZIJN. Hij heeft ons vrij gemaakt.

 

Amen.