Dorpskerk Barendrecht

Zondag 23 november 2008, laatste zondag van het kerkelijk jaar

Gedenken van de ontslapenen.

 

Lezingen: Danil 12 : 1-4; 1 Tes. 5 : 1-11; Mat. 24 : 29-35

 

 

Lieve gemeente en gasten,

 

Kort geleden woonde ik een lezing bij van de cardioloog dr. Pim van Lommel. Het ging over het bijzondere boek dat hij heeft geschreven. Over de Bijna Dood Ervaring. Misschien zijn er vanmorgen onder ons ook mensen die deze ervaring hebben beleefd. U begrijpt wel dat ik er niet de hele preek over uitweiden kan, maar nu we vanmorgen nadenken over de grenzen van de levenstijd van ons mensen, en over de grens van de wereldtijd, zijn er twee dingen die me in die beschrijvingen van die ervaring treffen.

Mensen hebben aan de grens gestaan. Hebben al even over de grens gekeken, mag je misschien zeggen. De ervaring bij een overleefde hartstilstand of ongeluk door een tunnel heen te gaan, en buiten je lichaam van nu een bestaan binnen te treden van een geweldige intensiteit. Licht. En liefde. Zo intens wordt die liefde daar soms ervaren, dat elke vorm van liefde op aarde er bij verbleekt. Menselijke taal schiet te kort om het te beschrijven. Zou dat het zijn, wat Paulus in n van zijn brieven beschrijft: Ik ben opgetrokken in de derde hemel, in het paradijs, en heb daar dingen gehoord die ik niet vermag op te schrijven?

Zouden mensen met een Bijna Dood Ervaring inderdaad misschien al even hebben binnengekeken in het bestaan, in het bewustzijn dat aan gene zijde van de dood wacht? Iets gezien van het Rijk van liefde dat generzijds wacht? Zou dat het zijn, wat het boek Danil beschrijft: dat de verlichten zullen stralen als het fonkelende hemelgewelf, en degenen die velen tot rechtvaardigheid hebben geleid als de sterren voor eeuwig en altijd?

En als tweede is er bij mensen met een Bijna Dood Ervaring ook vaak een zeer intens bewustzijn, een intensieve aanwezigheid van al wat in hun leven is geweest. Alles wat een mens heeft gedacht, gedaan, geleefd, is daar. Geen ding meer verborgen. Al onze intenties en bedoelingen komen aan het licht.

 

En die beide dingen hebben een enorme invloed als men daarna weer in het leven van hier en nu verder moet. De angst voor de dood is verdwenen. Maar er is ook een enorm heimwee naar die ongekende goedheid van licht en liefde. Heel het bestaan van nu is relatief geworden. De liefde in het hier en nu nog zo onvolmaakt. Het geluk dat we hier vaak denken te kennen zo beperkt en vaak leeg. Geld en rijkdom, uiterlijk en positie, het stelt niets voor. En zo zijn mensen met deze ervaring vaak zwervers geworden. Die zich hier niet meer thuis voelen. Hun kompas is voorgoed bijgesteld en wijst naar een nieuw bestaan.

En ook hun ervaring dat alles van het geleefde leven in een zeer intens bewustzijn bij je terugkomt, heeft hun leven veranderd. Een diep gevoel van verantwoordelijkheid. Een bewustzijn in het hier en nu over goed en kwaad. Over hoe te leven.

 

We zijn, zegt Paulus in de brief waar we vandaag een stukje uit lazen, niet meer kinderen van de nacht, maar van de dag. We moeten als kinderen van de dag leven. Ook al heb je niet zon bijzondere ervaring bij of voorbij de grens gehad, eigenlijk mogen en moeten we al leven als mensen die de toekomst van het licht en van de liefde al in de gebrokenheid van de huidige wereld mogen binnenhalen. Het is niet zo dat we hier maar gewoon een beetje van de ene in de andere dag leven. En maar zien waar het een keer eindigt. Een beetje geloof. Soms eens naar de kerk. Of niet. Hier en daar wat goed doen. Nee, je leeft eigenlijk al vanuit die andere dimensie. Vanuit het Rijk van de hemel. Je leeft tegen de trend van de tijd en de normale manier van doen van de mensen in. Vanuit iets dat oneindig beter is.

 

Aan het eind van het kerkelijk jaar vragen we wat het ons heeft opgeleverd. Dat we door heel die beweging van het leven van Jezus heen zijn gegaan. Want op dat ritme leven we. Zijn geboorte in de wereld, gevierd met Kerst. Zijn lichtend leven onder de mensen, met Epifanie. Zijn weg naar de dood in de veertigdagentijd en zijn weg door de dood naar het leven. Witte Donderdag, Goede Vrijdag, Stille Zaterdag, Pasen. Hemelvaart. En zijn terugkeer in de Geest. Pinksteren. Wereld van liefde die in dat alles naar voren is gekomen. Onomwonden kun je zeggen dat Hij de toekomst van het Rijk van liefde al naar voren heeft gehaald. Binnen deze wereld getrokken heeft. En door zijn weg worden we allemaal zwervers. Pelgrims. Leven we nu al uit het overweldigend goede dat ons in Hem duidelijk is geworden. Een toekomst van oneindige vrede, waarover in de kerstnacht al is gezongen. Vrede op aarde. Ons als een geschenk uit den hoge gegeven.

Wat een enorme verandering van perspectief geeft ons dat allemaal. Daarheen verwijst onze Doop. Dat wordt ons telkens verkondigd. De hoop op een volmaakte toekomst bepaalt ook onze manier van denken en leven nu al. Kinderen van het licht. Kinderen van de dag. En we worden ons juist door deze gang van Jezus Christus bewust van de gebrokenheid van het bestaan, maar ook van de kracht van liefde.

Laat je er door meenemen, zegt Paulus. Troost elkaar er mee. Bemoedig elkaar er mee. Want daarheen zijn we op weg. Dat verbindt ons met elkaar. Degenen die ons zijn voorgegaan in de dood, en wij hier op aarde. Daar is een grens. We kunnen elkaar niet bereiken. En wat een pijn daarom vaak. Maar de kracht van liefde die we leven verbindt ons toch. Laat dat in je bewustzijn doordringen. Hij, zij leeft generzijds in het licht. En de liefde. Als ik aan deze kant leef zijn we ondanks diepe gescheidenheid toch verbonden. En de toekomst van Jezus Christus zal ons dan uiteindelijk samen verbinden in een nieuwe eenheid waar alle gebrokenheid, kwaad en pijn uit verdwenen is.

 

En dat willen we niet alleen puur individueel zeggen. Over de grens van het leven van ieder van ons, waarover we vandaag nadenken. Maar ook voor heel Gods wereld. Heel Gods schepping. Aan het einde van de tijden rijst de toekomst van een nieuwe wereld. Waar het kwaad het verloren heeft. Waar de ongekende verschrikkingen van deze wereld en al zijn gebrokenheid verdwenen zullen zijn.

 

Is er niet ook daarnaar een heimwee? Levend vanuit de toekomst van een geheelde schepping en een geheelde wereld, - want die toekomst zal er zijn worden de verscheurdheid van het onrecht op aarde, van ontwrichte samenlevingen, van een godgeklaagde verdeling van rijkdom en armoede, van de door onze onmatigheid vervuilende en stervende schepping allemaal tekenen van duisternis. Van nacht. Het kan toch niet zo zijn, het zal toch niet zo zijn dat de wereld alleen maar op die manier kan bestaan?

En juist het vergezicht op, het heimwee naar Gods Koninkrijk, maakt je krachtig in de hoop. En die krachtige hoop maakt je krachtig in het realiseren van tekenen van gerechtigheid. Tekenen van dat Rijk die we mogen oprichten. Je zet je in. Niet omdat je een wereldverbeteraar bent. Maar wel omdat er een manier van doen is die al te maken heeft met hoe het ooit zal zijn. De orde van het hier en nu is niet allesbepalend. Integendeel. Die zal verdwijnen. Daarom kijk je soms ook met enig meewaren naar deze wereld. Wat een dwaasheid! En je probeert iets te ontwaren van de klop op de deur van de wereldtijd. De Bruidegom komt. De nacht is bijna voorbij. De dag niet ver meer. En juist daarom leven we niet in een zielig stil hoekje van de wereld, maar staan we er midden in. Met visie en verwachting. Met hoop en kracht.

En midden in de pijn van de wereld en van onze eigen gebroken situatie, omdat onze geliefden van ons zijn heengegaan, verwachten we een heerlijkheid waarin we samen met hen in volmaaktheid zullen leven. Dat neemt de pijn niet we, maar het geeft er wel hoop bij.

Amen.